|
Ligging
|
De Aebinga State stond zuidoostelijk van het dorp Huizum, gemeente Leeuwarderadeel.
Nu liggen daar het Aebingapark en het Drachtsterplein.

|
|
Andere benamingen
|
Abbema-huis, Abbinga State
|
|
Ontstaan
|
De Aebingastins wordt voor het eerst rond 1400 genoemd.
|
|
Geschiedenis
|
De oudste bewoner van deze stins die we kennen was een zekere Abba Abbingha, die
hier leefde rond 1400. In 1511 was het in bezit van Hessel van Abbingha (of
Abbema) die de state herbouwde na de verwoesting in 1498.
De edelen die op het Huizumer dorpsgebied woonden, stonden in de strijd tussen de
Schieringers en de Vetkopers haast allemaal aan de zijde van de eerstgenoemde
groepering. Dat gaf natuurlijk trammelant met het nabijgelegen Vetkopersgezinde
Leeuwarden. In 1419/1420 werd Huizum waarschijnlijk platgebrand door de
Leeuwarders. In 1481 slaagden de Schieringers erin Leeuwarden te plunderen. In
hetzelfde jaar werd de vrede weer getekend, maar die duurde niet lang. Bij het
‘Bieroproer’ in 1487 vielen de Schieringers opnieuw de stad binnen. De Schieringer
Worp Lieuwes Juckema bestuurde daarna Leeuwarden tot de Saksische Hertogen het
bewind van hem overnamen. Daarna werden in 1498 veel stinsen in de omgeving van de
stad afgebroken om met het sloopmateriaal de wallen van Leeuwarden te versterken en
er een blokhuis in de stad mee te bouwen.
Zijn dochter Wick erfde de state en na haar werd haar zoon Epo van Douwma eigenaar.
Hij was een strijder voor de Hervorming en ondertekende samen met twee andere
edelen uit Huizum het ‘Verbond der Edelen’ in 1566. Om die reden moest hij vluchten
naar Emden in Oost-Friesland en werd hij in 1568 in Brussel voor de hertog van Alva
en diens ‘Bloedraad’ gedaagd op straffe van het verlies van zijn bezittingen. Epo
was wel wijzer en verscheen dus niet te Brussel. Tot een onteigening is het niet
gekomen en na de Reformatie keerde hij terug naar Friesland en zijn bezit te
Huizum. Hij overleed in 1607.
Hierna kwam de state in het bezit van de familie Schurman. De bekende Anna Maria
van Schurman, die leefde van 1606 tot 1678 (zie ook Martenahuis te Franeker en
Thetinga State te Wieuwerd) heeft hier als kind gewoond. Zij was in de 17e eeuw een
bekende dichteres en behoorde tot de godsdienstige stroming van de Labadisten.
De state werd later diverse malen verkocht en stond in 1833 leeg. In 1859 is zij op
afbraak verkocht en werd op het terrein een aardappelmeel- en siroopfabriek
gebouwd.
Op de tekening die Jacob Stellingwerf in 1722 maakte, bestaat het complex uit een
onderkelderd twee verdiepingen hoog bouwwerk met een schilddak, uit het water
opgetrokken. Op de benedenverdieping zijn rondboogvensters te zien en boven smalle
hoge vensters met luiken en glas-in-lood.
Daarvoor staat een lager L-vormig bouwwerk met een trapgevel en een uitgebouwde
geveltuit. Tegen het L-vormige gebouw staat een zeer eenvoudige, rechthoekige toren
met een schilddak, wellicht een restant van de oorspronkelijke stins die later is
verhoogd en tot traptoren gedegradeerd. Ook dit kleinere L-vormige gebouw lijkt
smalle ramen met luiken te hebben, maar wie de tekeningen van Jacob Stellingwerf
kent, zal weten dat hij de gebouwen en dus ook de detaillering vaak veel smaller
tekende dan ze in werkelijkheid waren. Boven de ingang van dit gebouw zit een
wapensteen met alliantiewapens en in de zijgevel is 1596 te lezen, ongetwijfeld in
de vorm van muurankers.
Achter dit gebouw is een balustrade te zien, mogelijk als afgrenzing van een
voorplein voor het hoofdgebouw. Voor de ingang is een brug over de slotgracht
geslagen, die aan de voorzijde is afgesloten door een hek naast een bouwwerk dat er
uitziet als een stal- en koetshuis. Daar weer voor staat een eenvoudig poortgebouw
met een tentdak waarin enkele gaten te zien zijn. Dit zijn mogelijk gibbegaten:
gaten voor een klein soort duiven die veel door welgestelden werden gehouden. Deze
duiven werden gehouden voor de consumptie. Zij schijnen erg smakelijk geweest te
zijn. Het houden van deze duiven is, net als de zwanenjacht, lange tijd een
privilege geweest dat was voorbehouden aan de adel.
|
|
Bewoners
|
rond 1400 Abba Abbingha
15e eeuw Lutze Abbama / Abbingha
15e eeuw Hessel Abbama getrouwd met Wick Oenema
14xx - 1506 Keympe Abbema (ook genoemd Keympo Abbis)
1506 - 1550 Hessel Abbama / van Abbingha
1550 - 1577 Wick van Aebinga getrouwd met
1577 - 1581 Gosse Epes van Douma
1581 - 1607 Epo van Douwma, zoon van Wick en Gosse
1608 - 1620 Thet van Douwma getrouwd met Sydts van Botnija
1623 Hessel van Bootsma getrouwd met een dochter van Thet en Sydts
1624 - 1627 Sijdts van Botnia, zoon van Sydts en Thet
1628 Jan Kingma
1641 Wiglius van Aytta, verhuurt het aan Abraham van Schurman
1642 Abraham van Schurman en Maria van Vierssen
1642 - 1752 familie Van Schurman
tot 1815 Jacob Frederik van Sloterdijck
1832 state wordt verkocht
1859 state wordt afgebroken
|
|
Huidige doeleinden
|
Op de plaats van de vroegere State bevindt zich nu het Aebingapark en het
Drachtsterplein.
|
|
Opengesteld
|
Het park is vrij toegankelijk.
|
|
Foto's
|
|
|
Bronnen
|
Tekst: J. Leemburg
"Stinsen en States, adellijk wonen in Friesland" door Ronald Elward en Peter
Karstkarel
"Tusken Potmarge en Jokse" deel 1 van Rients Faber (1993)
Aantekeningen uit het archief van J. Leemburg
Afb. 1: J. Leemburg
Afb. 2: States en Stinsen, adellijk wonen in Friesland, 1992
|