![]()
| Ligging |
Het Auckamahuis stond in Leeuwarden in de hoek die gevormd werd door de
Auckemastraat, de Ee en de Sint Jacobsstraat. Op de kelders van het huis is in
1715 het huidige stadhuis van Leeuwarden gebouwd.
|
| Andere benaming | Het Stadshuis |
| Ontstaan | In eerste aanleg mogelijk al vóór 1300. |
| Geschiedenis |
Deze stadsstins bestond in ieder geval al geruime tijd toen de toenmalige eigenaar
Sybrandt Pieters daar in 1446 stierf. Het huis werd geërfd door zijn zoon meester
Pieter Sybrandszoon die net als zijn vader Olderman en dus de hoogste baas van
Leeuwarden was. In de burgeroorlog tussen de Schieringers en de Vetkopers hadden
de Auckama’s de zijde van de vetkopers gekozen, net als het grootste deel van de
Leeuwarder bevolking. In 1487 kwam hij gewelddadig aan zijn einde tijdens het
"Leeuwarder bieroproer". Destijds was het namelijk door het stadsbestuur (en dus
door Auckama) verboden bier van buiten de stad in te voeren en te drinken. Enkele
plattelanders die Leeuwarden bezochten overtraden dat verbod en dronken Haarlems
bier, dat van veel beter kwaliteit was dan het plaatselijke (ziltige) Leeuwarder
bier. Een paar kroegbazen zinde dat niet en veroorzaakten een vechtpartij die
danig uit de hand liep. De belaagde overtreders vluchtten naar het Amelandshuis
van Pieter Cammingha. Dat huis werd daarop belegerd door een groot aantal inwoners
van de stad. Cammingha riep de hulp in van zijn Schieringer vrienden. Die vielen
met een legermacht van zo’n 8000 man de stad aan onder leiding van Worp Lieuwes
Juckema, die nog een persoonlijk appeltje met Leeuwarden te schillen had. Twee
aanvallen werden door de burgerij onder leiding van olderman Pieter Sybrands
Auckama afgeslagen. Toen vielen de Schieringers vanaf de oostkant de stad binnen.
Dat ging een stuk gemakkelijker doordat daar de gracht en stadswallen nog niet
aangelegd waren door de tegenwerking van Cammingha en de Martena’s door wiens
grondgebied de gracht gegraven moest worden. Leeuwarden werd geplunderd, rijke
burgers voor losgeld gevangen gezet te Sneek en Auckama en een aantal van zijn
medestanders doodgeslagen. Juckema werd benoemd tot olderman van Leeuwarden, die
blijkbaar een paar jaar een schrikbewind over de stad heeft gevoerd. In 1795 vinden we Jan Sibrantzoen als olderman van Leeuwarden en eigenaar van Auckamahuis. In 1534 is de eigenaar Pieter Jans Auckama, kennelijk dus een zoon van Jan. Nadat het geslacht Auckama rond 1600 uitsterft wordt het complex door de erfgenamen in tweeën gesplitst. Beide delen werden als woning verhuurd. In 1617 wordt het door de stad aangekocht om dienst te doen als raadhuis. Het wordt dan omschreven als "huysinge, hoffstede, plaetze ende poorte met alle annexen ende gerechtichheden vandien". Midden in de binnenstad bevond zich toen dus nog een boerderij! In 1625 bestond het huis uit een diepe hoofdvleugel met de korte gevel aan de Auckamastraat. Aan de zuidwestzijde een dwarsgeplaatste zijvleugel die iets naar achter geplaatst was waardoor voor de ingang een voorpleintje ontstond. Aan de oostkant van de hoofdvleugel stond een achterwaarts geplaatst zijhuis met in de binnenhoek een vlak afgedekte traptoren (zie situatieschets 1625). Dit is een andere situatie dan die door Sems in 1603 wordt weergegeven, maar Sems heeft zich in dit geval duidelijk vergist. De bouwmassa’s en plaatsing volgens de situatieschets die door de heer Meijer is getekend op basis van de plattegrond van Leeuwarden die rond 1620 werd uitgegeven door A. Feddes, correspondeert exact met de nog bestaande kelders van het oude Auckamahuis. Deze kelders met kruisgewelven dateren van ca. 1500 of eerder. Bij het huis behoorde een tuin die langs het water tot de St. Jacobsstraat doorliep. In 1688 werd in de tuin een forse hoofdwacht gebouwd tegenover het stadhouderlijk hof. Om deze hoofdwacht toegankelijk te maken werd de gracht tussen het nieuwe gebouw en het hof overkluisd. Enige tijd nadat het Auckamahuis door de stad was aangekocht, werd de zuidwestelijke dwarsvleugel afgebroken, zodat er meer ruimte voor de ingang kwam. Tegelijkertijd werd ook dit deel van de gracht overkluisd waardoor het Raadhuisplein ontstond. De westelijke zijgevel waar de ingang zich toch al bevond, werd nu de voorgevel. Had het huis eerst een diepteligging vanuit de Auckamastraat, door deze ingreep stond het pontificaal in de breedte aan het nieuwe plein. Na langdurige overwegingen tot ingrijpend herstel van het verouderde en ondanks de uitbreidingen van 1643 en 1682 te klein geworden complex werd in 1713 besloten het huis tot de kelders af te breken en een nieuw stadhuis te laten bouwen. Claes Bockes Balck was de ontwerper van het nieuwe gebouw. De eerste steenlegging vond in 1715 plaats. In 2002 is een begin gemaakt met de restauratie en renovatie van het stadhuis. Dit bestuurscentrum van de gemeente Leeuwarden was al een paar jaar buiten gebruik, maar is eind 2004 in z’n volle glorie teruggekeerd en weer in gebruik genomen door het bestuur: burgemeester en wethouders, de gemeenteraads-fracties en de bijbehorende ambtelijke ondersteuning. Het Stadhuis van 1715 is met de Hoofdwacht uitgebreid. De Hoofdwacht is het gebouw aan het Hofplein waar de politie Midden Friesland tot 1 april 2003 nog onderdak had en dat dus 315 jaar lang dienst heeft gedaan als basis voor de ordehandhaving in de stad. Constructief werd eerst aan de fundering gewerkt. Het stadhuis bleek naar een kant te zijn verzakt en dat proces is met een nieuwe fundering (betonplaat) een halt toegeroepen. Ook de fundamenten van de Raadzaal, een achteraanbouw uit 1762, zijn op de zelfde manier versterkt. Tegelijkertijd is de onderkeldering aangepakt. De uit 1500 daterende kelder onder het eigenlijke Stadhuis diende eerst het Auckamahuis als fundament. Door deze kelder dieper te maken ontstond meer hoogte en zijn de ruimten beter bruikbaar gemaakt. Daarna is de restauratie van het monumentale gebouw aangepakt. Alle schilderijen en ander kunstbezit werd uit het gebouw gehaald. Alle grote portretstukken uit de Raadzaal, zoals het portret van koning Willem I, zijn uit hun lijsten genomen en zeer zorgvuldig verpakt. Ook de vier deurstukken (supraportes) en de kleinere ovalen schilderstukken van boven de portretten de z.g. grisailles verdwenen in bolletjesfolie. In het restauratieatelier in Amsterdam zijn ze schoongemaakt, soms gerestaureerd en van nieuwe vernislagen voorzien. In de tweede helft van 2004 zijn ze allemaal teruggekeerd naar hun oorspronkelijke plaats in het Stadhuis. |
| Bewoners | Gemeente Leeuwarden |
| Huidige doeleinden | Het pand fungeert nog steeds als stadhuis. |
| Opengesteld |
Het huis is niet vrij toegankelijk. De virtuele rondleidingen zijn het bekijken waard. |
| Foto's |
|
| Bronnen |
Tekst: Jan Leemburg "Geschiedkundige beschrijving van Leeuwarden" door W. Eekhoff, 1846 "Adelshuizen in Leeuwarden" door M.W. Meijer, 1980 Gemeente Leeuwarden Foto 1: Archief van J. Leemburg Afb. 1 t/m 3: Archief van J. Leemburg |