|
Geschiedenis
|
De lelijk toegetakelde winkel van de Witte Boekenmarkt aan de zuidzijde van de
Nieuwestad is het pand dat staat op de plek waar het Aylvahuis, later ook wel
Poptahuis genoemd, heeft gestaan.
Iets ten oosten van het grotere Martenahuis stond dit kleinere adellijk huis,
rond 1550 bewoond door Sybolt van Aylva en zijn vrouw Eesck van Popma. Die
laatste liet in de hof van dit huis “achter aen de wal” enkele huisjes bouwen
waar arme weduwen gratis mochten wonen.
In haar testament van 1589 laat Eesck bij testament het huis na aan Keympe van
Donia. In dat testament bepaalde zij dat de huisjes achter in de hof ook in de
toekomst pro deo door arme weduwen bewoond mochten blijven.
In 1690 bewoonde de doopsgezinde dr. Henricus Popta, raadsheer voor het Hof van
Friesland, dit huis en ook hij liet de huisjes gratis bewonen. Waarschijnlijk is
hij door dit goede werk van zijn voorgangster geďnspireerd tot het bouwen van
wat het dr. Popta Gasthuis zou worden. Dit gasthuis liet hij naast zijn huis,
Heringa State dat naar hem later Popta Slot genoemd zou worden, te Marssum
bouwen. Ook dit gasthuis mocht gratis door arme weduwen bewoond worden. Om dat
ook voor de toekomst mogelijk te maken čn zijn huis te behouden bracht hij al
zijn bezittingen, waaronder enkele grote boerderijen en landerijen, onder in een
stichting. Dr. Henricus Popta stierf op 7 november 1712, maar zijn huis,
gasthuis en stichting bestaan nog steeds.
Het Aylvahuis werd later bewoond door de familie Struiving, waardoor het nog
bestaande Popta-poortje dat toegang gaf tot de achter het huis gelegen hof, ook
wel het Struivingspoortje werd genoemd.
|