Camstra State te Firdgum

Ligging Deze state heeft in Firdgum gestaan, Camstrawei 1. Als je vanuit het zuidoosten Firdgum, gemeente Barradeel, nadert via de Camstrawei, ziet men vlak voor het dorp links van de weg een modern agrarisch complex met als hoofdgebouw een schijnbaar klassiek Friese kop-hals-romp boerderij.

Oude tekening van het huis op een kaart uit ca 1550

Ontstaan De state is voor 1500 ontstaan.
Geschiedenis Vóór 1500 is er weinig bekend omtrent eigenaren en bewoners, maar dat zullen zeker leden van de adellijke Camstra’s geweest zijn. In het Register van den Aanbreng van 1511, een inventarisatie van het onroerend goed in Friesland en de eigenaren en gebruikers daarvan, waarover belasting geheven moest worden, vinden we echter meteen een andere naam: "Juw Roerde".
Waarschijnlijk is de state door huwelijk in de familie Roorda gekomen. In de genealogie van het geslacht Roorda uit het nabijgelegen Tzummarum vinden we namelijk een Ruurt Roorda, die getrouwd is met Syts Riencksdr. Camstra. Hij is de oudste uit een gezin van 10 kinderen. Juw Roorda is de jongste uit het gezin en blijkt in die periode inderdaad te Firdgum te wonen. Vermoedelijk woonde Juw Roorda op Camstra State om zijn minderjarige neefje Rienck en zijn nog jongere broertje, kinderen van Ruurt en Syts, op te voeden en het bezit te beheren na het overlijden van hun ouders.

Rienck van Roorda en zijn vrouw Rixt Sickedr. van Juckema hebben niet hun hele huwelijksleven op Camstra State gewoond, want in 1543 woonde zijn neef Taco van Roorda op de state.
Uit die tijd stamt ook de oudste afbeelding van de state. Deze vinden we op een kaart van Het Bildt uit omstreeks 1550. Naast de kerk van Firdgum is een stinstoren te herkennen op een heuveltje. De toren heeft op de hoeken kleine weertorentjes en heeft een laag schilddak. Boven de huidige "opkamer" lijkt de stins nóg twee verdiepingen te hebben. Het gebruik van de grote kloostermoppen in de basis van de stins, doet vermoeden dat deze in de 14e of 15e eeuw gebouwd is, in omstreeks dezelfde tijd waarin ook de kerken in Friesland van dit type stenen werden gebouwd.
In 1549 erft hun zoon Ruurt van Roorda (overl. 1560) de state. Hij trouwde met Hylck Galedr. van Galama, die na het overlijden van Ruurt tot haar dood in 1596 blijft wonen. In dat jaar erft hun dochter Ael van Roorda, die getrouwd is met Werp Werps van Juckema, de bezittingen te Firdgum. Zij heeft er niet lang van kunnen genieten, want ze stierf al negen jaar later in 1605.
Hun zoon Ruurt van Juckema en zijn vrouw Edwer Gerroltsdr. van Cammingha werden na hen eigenaars van Camstra State. Of ze er ook werkelijk gewoond hebben is niet bekend, maar ook niet erg waarschijnlijk. Ze hadden meerdere huizen, o.a. Sjaerda- of Camminghahuis te Franeker.

Zij lieten de state na aan hun zoon Gerrolt van Juckema, die in 1626 trouwde met Tieth Bartholdsdr. van Douma. In het stemkohier van 1640 vinden we hem als eigenaar van Camstra State te Firdgum. Ook erfde hij Camminghahuis te Franeker. Na Gerrolt's dood erft hun dochter Edwert van Juckema die getrouwd was met de grietman van Wymbritseradeel, Duco Martena van Burmania, de state. Dit echtpaar woonde op het grotere Epema State te Ysbrechtum en zullen waarschijnlijk niet zo vaak de behoefte gevoeld hebben om in Firdgum te verblijven.

Doeke maakte in mei 1691 zijn testament op waarin ondermeer vermeld staat: "Voorts onse zoon Jr. Taco, Captain van een Compagnie te voet, sal tot syn willekeur hebben onse zathe ende state tot Fridgum, mede in syn erfportie". In het stemkohier van 1698 staat bij de eerste stem van Firdgum: "No. 1. De Grietman Jr. Taco van Burmania. Meyer: Gerrit Gerrits." Taco was ondertussen grietman van Doniawerstal geworden. Hij overleed kinderloos in 1705.

Zijn erven verkochten in 1711 Camstra State aan Rinse Rinses Roorda, een rijke eigenerfde boer uit Tzummarum, maar geen familie van de adellijke Van Roorda’s. Rinse stierf in 1728 maar zijn weduwe, Pytje Boyens, bleef tot haar dood in 1758, eigenaresse van Camstra State.
De Familie Roorda woonde en werkte er niet zelf, ze verpachtten het bedrijf aan Mink Cornelis die in 1728 en 1738 in de floreenkohieren vermeld staat. In 1748 huurde Pytter Steffens de boerderij.
Hij woonde er in 1758 toen na het overlijden van Pytje Boyens de nalatenschap werd verdeeld en Camstra State wordt toebedeeld aan een kleindochter van Rinse en Pytje, die getrouwd was met Allardus Scheltinga. Het echtpaar Scheltinga wordt nog in 1798 als eigenaar van de state vermeld. In 1758 volgt Broer Pytters zijn vader Pytter Steffens op als meyer. Die verging het blijkbaar niet zo goed, want in 1768, 1778 en 1788 was Abele Jans de pachter. In dat laatste jaar werd de zaak van hem overgenomen door Ids van Loon, die er in 1798 nog woonde.

Uit de Franse tijd zijn geen gegevens bekend over de Camstra State, pas in 1818 vinden we weer gegevens. In dat jaar waren Rinse Tjeerds en Douwtje Hibma eigenaren en was Klaas van Gelder de gebruiker.
In 1819 kocht de familie Telting Camstra State. Mr. Albartus Telting (1803-1863) was in 1828 eigenaar. Hij was gemeentesecretaris van Franeker en secretaris van het Friesch Genootschap (o.a. stichters van het Fries Oudheikundig Museum te Leeuwarden). Uit zijn grote rijkdom heeft hij ook financieel zijn steentje bijgedragen aan deze vereniging van (rijke) mannen die inzagen dat veel van de Friese historie en cultuur dreigde te verdwijnen en wilden ingrijpen vóór het echt te laat was. Hij woonde te Franeker op Martena Huis.

Tot na de Tweede Wereldoorlog bleef Camstra in bezit van de Telting’s maar toen verkochten ze de boerderij aan de heer en mevrouw Van der Weg, afstammelingen van Klaas van Gelder de ca. 130 jaar daarvoor meyer was.
In 1983 verkochten ze het bedrijf aan de familie Yep Hettinga, later o.a. voorzitter van de Historische Vereniging Barradeel, die het huis met veel gevoel voor de boeiende historie van dit oude huis Camstra State bewoond heeft. Hij heeft er een lieve duit aan gespendeerd om het oude voorhuis te renoveren. Hij was trots op zijn ‘stins’ en sleepte iedere bezoeker mee naar de stinskelder en de "opkamer" om in geuren en kleuren te vertellen over zijn huis. Kort na zijn pensionering is Yep Hettinga vermist geraakt, mogelijk verdronken tijdens het zwemmen in zee.

Het huidige oude voorhuis, gedekt met een hoog schilddak en bekroond met twee schoorstenen, blijkt bij nadere beschouwing gebouwd te zijn van een groot formaat bakstenen, die 16e of 17e eeuws moeten zijn. Aan de voet van de gesloten noordmuur vallen de grote zogenoemde kloostermoppen op, die waarschijnlijk nog ouder zijn. In die noordmuur, net boven het grindpad, vallen ook twee kleine raampjes op van ongeveer 30 bij 75 centimeter die een kelder verlichten. Ook in de oostgevel zitten twee van zulke kelderraampjes. Door die raampjes glurend is te zien dat de muren wel erg dik zijn voor een woonhuis. Eenmaal binnen blijkt de kelder een gemetseld kruisgewelf te hebben en in de "opkamer" daarboven vinden we een 16e eeuwse schouw. In deze fraaie, uit zandsteen gebeeldhouwde schouw staan achter de vuurplaats, op de oorspronkelijke antieke wijze, vuurvaste haardstenen opgemetseld in pyramidevorm, bovenaan afgedekt met een iets grotere deksteen. Deze stenen hebben een renaissance motief met daarop het portret van Keizer Karel V. We hebben hier dan ook te maken met de onderste helft van een middeleeuwse stins, die geheel in het latere woonhuis is opgenomen, de Camstra Stins.

Op de plattegrond van de huidige Camstra State is in de noord-oostelijke hoek van het huis een bijna vierkant vertrek te zien van ca. 4,40 bij 4,70 meter. De muren daarvan zijn dik, dubbeldik. In de late Middeleeuwen was dit de stenen verdedigingstoren bij het grotendeels van hout opgetrokken woonhuis van een hoofdeling.
Ook de rest van de oost- en noordmuren zijn een stuk dikker dan die van de west- en zuidmuren, die op zich ook al dikker zijn dan normaal. Ook de binnenmuur tussen de hal en de voorkamer in de noord-westhoek is dikker dan de andere scheidingsmuren. Dit doet vermoeden dat het huis in het verleden meerdere keren van gedaante is veranderd.
Bewoners ca 1500 Syts Riencksdr. Camstra, getrouwd met Ruurt Roorda
1511 Juw Roerde of Roorda
- 1549 Rienck van Roorda en zijn vrouw Rixt Sickedr. van Juckema
1549 - 1560 Ruurt van Roorda, getrouwd met Hylck Galedr. van Galama
1560 - 1596 Hylck Galedr. van Galama
1596 - 1605 Ael van Roorda, getrouwd met Werp Werps van Juckema
1605 Ruurt van Juckema en zijn vrouw Edwer Gerroltsdr. van Cammingha
ca 1626 Gerrolt van Juckema
- na 1691 Edwert van Juckema, getrouwd met Duco Martena van Burmania
ca 1691 - 1705 Taco van Burmania
1705 - 1711 ervan van Taco van Burmania
1711 - 1728 Rinse Rinses Roorda
1728 - 1738 Mink Cornelis (pachter)
1748 - 1758 Pytter Steffens (pachter)
1758 Broer Pytters (pachter)
1768 - 1788 Abele Jans (pachter)
1788 - 1798 Ids van Loon (pachter)
1818 Klaas van Gelder (pachter)
1819 - na 1945 familie Telting
1828 - 1863 Mr. Albartus Telting
na 1945 de heer en mevrouw Van der Weg
1983 familie Yep Hettinga
Ate Jacob Bijlsma (huidige eigenaar)
Huidige doeleinden De stinskelder en opkamer zijn onderdeel van de boerderij.
Opengesteld De boerderij is niet toegankelijk.
Foto's Zwart-wit foto van het huis Foto van de westzijde van het voorhuis op 10 maart 2005 Foto van het voorhuis op 10 maart 2005 Foto van de boerderij door F. Stienstra op 12 mei 1973
Plattegrond van het huis Tekening van de Stinskelder door Ids Wiersma uit 1938
Bronnen Tekst: Aantekeningen van J. Leemburg
Mgr. Dirk van Leeuwen
Afb. 3: K.J. van den Akker, "Van de mond der oude Middelzee"
Foto 1 t/m 3: Uit archief van J. Leemburg
Foto 4: Website van Tresoar
Afb. 1 en 2: Uit archief van J. Leemburg