![]()
| Ligging |
De stins stond ten zuiden van Harlingen ongeveer op het punt waar nu de snelweg
naar de Afsluitdijk bijna samenkomt met de Caspar de Roblesdijk, de secundaire weg
langs de zeedijk. |
| Ontstaan | Omtrent het ontstaan van de stins is niets bekend. |
| Geschiedenis |
De kaart van Schotanus/Halma geeft in 1718 een stinswier aan direct ten noorden
van de sate Deckinga (1640) of Dikkinga (1850) in de buurschap Coepens (1511). Niet
duidelijk is of hij lag op perceel kad. Sexbierum A 629 (SC11, Kopens) of op
Sexbierum A 626-627 (SC12, Deckinga). De namen van de eigenaars in 1640 en 1511
geven geen nadere aanwijzingen voor de historische achtergrond van de wier. Op het perceeltje waarin de moderne Topografische Kaart het cijfer 13 heeft, behorend bij FC191 (Deckinga), trof het Argeologysk Wurkferbân van de Fryske Akademy in maart 2007 bewoningssporen aan. Het perceel FC 191 behorend onder SC 12 wordt in 1640 vermeld onder de naam “Deckinga” en de eigendom is dan geregistreerd op naam van “Dr. Gualteri ende Cornelis Coonicx”. In 1700 is de 40 pondemaat grote boerderij eigendom van Otto Symonides te Leeuwarden. In 1832 is de boerderij met omliggende landerijen eigendom van Sybrand Lazes Spannenburg. |
| Bewoners |
1640 Dr. Gualteri en Cornelis Coonicx 1700 Otto Symonides 1832 Sybrand Lazes Spannenburg |
| Huidige doeleinden | Het terrein ligt nu onder de nieuwe snelweg naar de Afsluitdijk iets voorbij camping De Zeehoeve. |
| Opengesteld | n.v.t. |
| Foto's | |
| Bronnen | Tekst: Bovenstaande tekst is met toestemming van auteur P.N. Noomen overgenomen van de website hisgis.nl, tab "kaartlagen", keuze "Stinzen fryslan". Die tekst is tevens gepubliceerd in "De Stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners", P.N. Noomen, Uitgeverij Verloren, Hilversum 2009 |