Donia State te Hallum

Ligging Donia State stond ten westen van Hallum, gemeente Ferwerderadeel, aan de huidige Doniaweg.
Ontstaan Deze stins is waarschijnlijk reeds in de 14e eeuw gebouwd.
Geschiedenis De stins zou bewoond zijn geweest door Sasker, een zoon van Ritske Cammingha, heer van Ameland. Deze Ritske is geboren in 1385 en overleden in 1451. Hij had de naam Jelmera aangenomen naar het op dat eiland gelegen kasteel, later Camminghaslot genoemd, dat diende tot verdediging tegen de zeerovers. Zijn zoon Sasker Jelmera ging zich Donia noemen naar de stins onder Hallum. Diens zoon Rienk Donia volgde zijn grootvader op als heer van Ameland. Hij was gehuwd met Catharina Adelen met wie hij twee dochters had, Hilck en Jetske.
Peter van Thabor vermeldt in zijn historie: "Ende in Ferwerderdeel wasser groote twijdragt tusschen die partije die duert tot noch toe, ende sint vele hovelinghen omme gheslagen (gedood - JL) onder welke die laetste was Tzaling Sitthijma. Ende die laetste van die vetkoopers was Runka Doijngha, die wordt ghebrant in die kercke toern in ’t jaer 64 omtrent Sinte Marten".

Deze Rienk Donia, aanvoerder van een groot contingent Vetkopers, werd aangevallen door Lieuwe Jellinga en zijn mannen. Die belegerden de stins van Donia en na enige tegenstand wisten ze het huis te veroveren en "vernietigde het tot de grond toe" zoals Cannegieter schrijft. Rienk ontkwam in eerste instantie en vluchtte in de kerktoren van Hallum. Lieuwe Jellinga belegerde hem ook daar en stak de kerktoren op 7 november 1464 in brand. Rienk Douma kwam in de vlammen om, "waardoor," schrijft Occo Scharlensis, "de voorgaande moedigheid van ’t geslachte Donia gans te niete ging".

Hilck Donia trouwde eerst met Botte Luinia en na diens dood met Schelte Aebinga, die later te Kampen in ballingschap gestorven is. Het schijnt dat òf Schelte òf zijn zoon Ruurd op de puinhopen van het vernielde Donia een nieuwe state heeft gebouwd. In "het geslacht Aebbinga te Hijum en Hallum" (De Vrije Fries deel 1 pag. 345) schrijft Jhr. H. Baerdt van Sminia althans dat Ruurd Scheltes van Aebinga, een kleinzoon van Rienk Donia, eerst woonde op Donia State. Daar stond "een zeer schoon huis, geheel uit het water opgebouwd, met vier torens, elk met eenen vergulden weerhaan prijkende". Verder zouden er groter kelders geweest zijn waarin ondermeer een rosmolen gebouwd was om het koren te malen. Deze nieuwe state zou platgebrand zijn door de Dokkumers. Ruurd heeft de overblijfselen verder laten afbreken, het grootste deel van de stenen verkocht en er een gewoon huis voor in de plaats laten bouwen dat hij nog een aantal jaren bewoond heeft.

In 1656 was Donia State een boerderij, groot 83 pondematen (ca. 30 hectare), eigendom van Schelte van Aebinga. Na hem was zijn dochter Lucia Helena eigenaresse en vervolgens haar zoon Tjalling Homme van Camstra die op Orxma State te Menaldum woonde, die het naliet aan zijn dochter Elisabeth.
Elisabeth was gehuwd met Jan Sicco Rijksbaron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg van Eysinga State te Rinsumageest.
In 1808 ging het fout met de s(t)ate, want op 26 april 1808 is de verkoop van "het hornleger Donia State met de Spekpolle daarachter, groot 1 ¼ pondematen, onder Hallum aan den Doniaweg met daarop staande afgebrande huizinge".
Bewoners rond 1435 Sasker Jelmera/Donia
- 1464 Rienk Donia
vanaf 1464 Hilck Donia
Ruurd Aebinga
1656 Schelte van Aebinga
Lucia Helena van Aebinga
Tjalling Homme van Camstra
Elisabeth van Camstra en Jan Sicco thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
Huidige doeleinden Er is niets van deze stins terug te vinden.
Opengesteld n.v.t.
Foto's Kaartje met alle States rond Hallum
Bronnen Tekst: Jan Leemburg
D. Cannegieter, Geschiedkundige herinneringen van Hallum, artikelen in de Friesche Almanak van 1851 en 1852
Jhr H. Baerdt van Sminia, Het geslacht Aebbinga te Hijum en Hallum, artikel in De Vrije Fries, 1839
G.A. Wumkes, Stads en Dorpskroniek van Friesland, 1930