|
Geschiedenis
|
Van oorsprong bevond zich bij Idaard het landgoed Friesemazathe. Dit landgoed was in
de loop van de eeuwen erg versnipperd geraakt. Rond 1625 woont in de Groot Roorda
State bij Grouw Carel van Roorda, die grietman van Idaarderadeel is. Deze Carel
verenigt de versnipperde percelen van de Friesemazathe weer tot één geheel en laat
waarschijnlijk de zathe (boerderij) verbouwen tot state en gaat er wonen.
Als hij in 1670 sterft, vererft de State op zijn zus Sophia, die getrouwd is met
Joannes van Velsen. Hiermee komt de State in de familie Van Velsen. De familie Van
Velsen sterft al snel uit en dan komt het huis in bezit van de Scheltinga's.
In 1728 komen we als eigenaar Cornelis van Scheltinga tegen. Hij is blijkbaar erg
trots op zijn voornaam, want in dat jaar maakte hij van zijn bezittingen te Idaard
een fideïcommis. Dit is een erfstelling, waarbij de vererving in meer dan één
generatie wordt vastgelegd. Deze erfstelling hield in dat de bezittingen steeds
moesten overerven op de oudste nazaat met de naam Cornelis of Cornelia.
In een Leeuwarder Courant uit 1844 staat nog de volgende vermelding: Friesema-State
te Idaard: Gehuwd op 16 oktober 1844 J.B. Dompeling, Med. Doct. te Utrecht en J.M.
van Campen, Wed. F.P.G. van Enschut.
Zoals we in het lijstje van bewoners kunen zien, is dit ook gebeurt tot 1881. Als
in dat jaar Cornelis Bergsma sterft, laten de erven Bergsma de state afbreken.
Van het achttiende-eeuwse interieur zijn een gedeelte van de familieportretten,
enkele meubels, zilver, porselein e.d. gespaard gebleven en in musea terechtgekomen.
Het goudleerbehang bevindt zich in het Fries kabinet op 't Loo.
Van de State is een afbeelding bewaard gebleven uit 1721 van Jacob Stellingwerf.
Tevens hebben we nog de beschikking over een aantal fofot's die vlak voor de sloop
gemaakt zijn. Als we de afbeelding vergelijken met de foto's dan valt op, dat de
State in de loop der eeuwen nauwelijks veranderd is.
Het gebouw bestond slecht uit één bouwlaag met een schildkap en op de hoeken
achtzijdige schoorstenen.Het gebouw was 5 ramen breed en was voorzien van toscaanse
pilasters. In het midden bevond zich de hoofdingang, met er boven een kuifstuk met
alliantiewapens. Dit kuifstuk is later verdwenen, om hogere deuren te kunnen
plaatsen.
Boven de toegangspartij was een grote kajuit uitgebouwd met pilasters en een
doorbroken tympanon ter bekroning. Deze bekroning is vermoedelijk in het midden van
de achttiende eeuw vervangen door een zandstenen geveltop in Lodewijk XV-stijl,
waarin de alliantiewapens verwerkt waren.
Verder zien we op de afbeelding uit 1721, dat zich rechts van de ingang een
uitgebouwde kamer bevond, waar een boerenschuur op aansloot. Haaks hierop zien we
nog een lagere vleugel, die mogelijk het koetshuis met stalling was.
Tussen 1721 en 1881 veranderde alleen de geveltop, en werden de kruisvensters
vervangen door schuifvensters met kleine ruitjes. De boerenschuur dateert
van rond 1625 of daarvoor, terwijl het koetshuis van nieuwere datum is geweest.
Tenslotte valt op de afbeelding op, dat de State onderkelderd was.
|
|
Bronnen
|
Tekst: Stinsen en States, Adellijk wonen in Friesland, 1992
Leeuwarder Courant, 1844
Foto 1: Stinsen en States, Adellijk wonen in Friesland, 1992
Afb. 1: Stinsen en States, Adellijk wonen in Friesland, 1992
Afb. 2: Jan Kooistra
|