![]()
| Ligging |
Deze state stond ten zuiden van het dorp Menaldum, gemeente Menaldumadeel. /a> |
| Ontstaan | Wanneer de State gebouwd werd is niet bekend. |
| Geschiedenis |
Op de tekening van J. Stellingwerf is een huis te zien van twee bouwlagen
met kruiskozijnen en luiken voor de onderzijden van de ramen. Een nogal
15e/16e eeuws beeld. Ook de naam doet denken aan hoge ouderdom. De bekende
eigenaren/bewoners dragen allemaal andere (familie)namen. Mogelijk is de
naam ontleend aan de oude voornaam Grealt zoals de naam van het naburige
Orxma State aan de oudfriese jongensnaam Orck ontleend lijkt te zijn. Hoe dan ook, in 1580 is het huis in bezit van Tjepcke Gerbranda, die Rooms Katholiek bleef en daarom gedwongen werd in ballingschap te gaan. Hij stierf in het buitenland en zijn weduwe Jesck Popma trouwde met Sybolt van Aylva. Die was ook al geen vriend van de protestanten en bleef hardnekkig Katholiek. Sybolt kwam uit de Witmarsumer Aylva-tak en bleef in ieder geval tot 1598 eigenaar van Gralda State. In 1622 vinden we hier Feye van Aylva, in 1640 jonker Tjepke van Aylva die er zelf ook woont. In de floreenkohieren wordt achter zijn voornaam ook de namen Eeske Popke genoemd. Hij heette echt Tjepke en mogelijk was Eeske Popke de bewoner van de boerderij bij de State. In 1652 is Barthold van Aylva eigenaar. In 1700 vermeldt het Floreenkohier als eigenaar de heer J.H. de Wolf en gebruiker is dan Ruird Pijters. Het geheel is dan 85,5 pondemaat groot. Daarna komt de state in handen van de familie Van Cammingha. In 1722 wordt een mevrouw Cammingha vermeld, een dochter van Watze van Cammingha. Ook Rixt van Donia, gehuwd met bovengenoemde Watze van Cammingha, wordt als eigenaresse vermeld. Vanaf 1667 woonde zij op Donia State bij Beetgum. In 1749 heeft grietenijsecretaris Johan Casparus Schik zijn buiten Oorbijt te Dronrijp verruild voor het veel grotere Gralda State. Dat duurde niet echt lang, want in 1764 woont hier Theodorus Cock. Dat is mogelijk een huurder geweest, want in 1786 vond ik nog “de heren Schik” vermeld als eigenaren. In 1795 werd de state verkocht en bestond uit huis, hof, tuin, grachten en singels 11,5 pondemaat en 75 pondemaat bouwland. De opbrengst in dit onzekere revolutiejaar was slechts een magere 7.500 Caroligulden. Kort daarna werd ook dit grote huis, dat volgens de “Tegenwoordige Staat” vooral opmerkelijk was door “haare hooge poort”, tegen de vlakte gewerkt om zoveel mogelijk geld te verdienen aan de verkoop van het vrijkomende bouwmateriaal. |
| Bewoners |
1580 Tjepcke Gerbranda tot 1598 Sybolt van Aylva 1622 Feye van Aylva 1640 Tjepke van Aylva 1652 Barthold van Aylva rond 1680 Rixt van Donia 1700 de heer J.H. de Wolf 1722 mevrouw Cammingha 1749 Johan Casparus Schik 1764 Theodorus Cock 1786 “de heren Schik” |
| Huidige doeleinden | Op de plek waar de state heeft gestaan rest niet gewoon niets, maar zelfs minder dan niets… Door het afgraven van de terp ligt het weiland op de plaats waar de state heeft gestaan nu lager dan de omringende landerijen. |
| Opengesteld | n.v.t. |
| Foto's |
|
| Bronnen |
Tekst: Jan Leemburg "Tegenwoordige staat van Friesland" ca. 1775 "Menaldumadeel, 2000 jaar leven in een Friese grietenij” door David Hartsema, 1981 “Skiednis fan Menameradiel” red. O. Santema en dr. Y.N. Ypma, 1972 Afb. 1: “Skiednis fan Menameradiel”, origineel in prentenkabinet Fries Museum Foto 1 en 2: Jan Leemburg Afb. 2: Archief J. Leemburg |