Holdinga State te Anjum

Ligging Holdinga State stond aan de noordzijde van de dorpsterp van Anjum, gemeente Dongeradeel.

Tekening van de State door Sjoerd Bonga uit 1830

Andere benaming Auta, Nye Holdinga, Holdingaburg
Ontstaan Over het ontstaan van een stins op deze plek is niets bekend. De State die bekend is van afbeeldingen werd tussen 1580 en 1595 gebouwd of herbouwd.
Geschiedenis Hoewel het adellijke huis waarschijnlijk in het begin van de 16de eeuw werd gesticht, was de naam van dit goed in 1511 al gangbaar. Dat valt op te maken uit de naam van de toenmalige pachter Peter Hollengen. In 1543 komen bij de stins behorende landerijen als Hollinge meedtfeen en Hollinga Kaegh voor. Als state ... toe Auta andersins Nye Holdingha genoemt toe Aengium komt het goed voor in 1594. Later heet het meestal Holdinga-state (1640) of Holdinga-burg.(*1)
Holdinga werd als state waarschijnlijk eerst in de 16de eeuw gebouwd. Het lijkt de functie als het voornaamste huis van de Holdinga's overgenomen te hebben van Old Holdinga te Ee. Wel hadden ze in de 15de eeuw al bezit in Anjum, mogelijk ook Holdinga. Herhaaldelijk, zo in 1472 in het testament van Tiemck Holdinga en in 1487, worden zij namelijk in verband met Anjum genoemd. De oudste expliciete gegevens dateren van 1511. Wilcke Holdinga, die zelf in Finkum woonde, verpachtte toen zowel (Old) Holdinga te Ee als (Ny) Holdinga te Anjum. Het laatste goed was 83 pm groot. Vanwege de namen Nye Holdinga te Anjum (1594) en Old Holdingha te Ee (1640) is het aannemelijk dat niet het huis te Anjum als het oude stamhuis van de Holdinga's gold, maar dat te Ee. Ook het uiterlijk van het gebouw wijst erop dat het gebouw zoals dat van afbeeldingen bekend is, eerst in de 16de eeuw werd opgetrokken. De naam Auta zou dan een oudere naam van het goed geweest kunnen zijn, hoewel het ook mogelijk is dat Auta en Nye Holdinga oorspronkelijk aparte sates waren. In 1640 komen namelijk Holdinga state (83 pm), Lubma stede (6 pm) en Auta zathe (13 pm) als afzonderlijke stemdragende plaatsen voor, die in 1700 alle tot Holdinga state met ruim 119 pm waren samengevoegd.
Het Holdingaland strekte zich aan verschillende kanten tot aan het dorp uit. Uit latere boedelbeschrijvingen, van 1709 en 1723, blijkt dat van enkele percelen Holdingaland grondpacht aan de kerk, de pastorie en aan anderen werd betaald. Interessant is dat daarbij ondermeer de Apts fenne werd genoemd, een herinnering aan de rechten die de abdij van Dokkum in Anjum bezat.

De beide Holdingahuizen, te Ee en Anjum, kwamen van Wilcke op zijn zoon Botto van Holdinga. Holdinga state te Anjum kreeg Botto bij zijn huwelijk met Hack Feyes Eysinga in 1535 mee. Hij liet een latijnse kroniek over de geschiedenis van Friesland na. Daarin besteedde hij ondermeer aandacht aan de ouderdom van zijn eigen familie. Hij deelde daarbij mee dat de Holdinga's samen met de Cammingha's en de Tjaerda's het recht op de zwanejacht in Oostergo hadden. Botto's zoon Wilcke, die ook belangstelling voor de genealogie van zijn familie had en bovendien over paarden, honden, de jacht en watervogels schreef, erfde Holdinga State te Anjum.
Wilcke van Holdinga was met vele anderen, die anti-Spaans waren gevlucht naar Emden. Vermoedelijk is in de strijd tegen het Spaanse regime de stins/state te Anjum beschadigd geraakt. Na zijn terugkeer uit ballingschap in 1580 gaf hij opdracht een nieuwe state te bouwen.
Via Wilcke vererfde Holdinga in 1595 op diens dochter Doedt van Holdinga, onder voorwaarde dat zij en haar nakomelingen het nooit zouden "afbreken, verminderen of enige materialen er vandaan zouden vervoeren of vervreemden; maar zij zouden verplicht zijn de huizinge met de hoven, singels en grachten te onderhouden en verbeteren". Bovendien legde Wilcke in zijn testament voor deze state ofte eedelhoffstee een fideicommissaire vererving voor de toekomst vast en hetzelfde deed hij voor zijn moederlijke stamgoed Eysinga State op Rinsumageest.(*2) Doedt van Holdinga, getrouwd met Georg Wolfgang thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg, die deze voorwaarden in haar testament herhaalde, vererfde het in 1627 op hun zoon Johan Onuphrius, die grietman van Oostdongeradeel was. Deze baron werd beschreven als een zeer bekwaam man die daarom een flink aantal ambten kreeg aangeboden. Hij bedankte echter voor al die eer, omdat hij van de rust op Holdinga State hield. Een van de oude schrijvers deelde nog een bijzonderheid van deze baron mee. Hij had vaak visioenen van duivels in de gedaante van katers en krabben. Een andere keer waren het vrouwen die zijn geest verontrustten. Zingende vrouwen nog wel die in zijn armen wilden rusten. Er wordt echter bij aangetekend dat de alcohol daar ook wel een rol in gespeeld zal hebben, gezien het feit dat hij toen hij nog te Beetgum woonde in de kerk niet meer aan het Avondmaal mocht deelnemen vanwege dronkenschap.
In 1653 was Holdinga State in bezit van zijn zoon Georg Wilco thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg. Door het huwelijk van erfdochter Anna Dodonea met Hobbe Esaias van Aylva ging de state opnieuw over in handen van een andere familie. Hobbe erfde de state in 1675. Vervolgens werden de kinderen uit de beide huwelijken van Anna Dodonea in 1698 gezamenlijk eigenaar en werd de state geruime tijd bewoond door een van de erfgenamen, Ulbo van Aylva. Van 1729 tot 1757 bewoonde zijn halfbroer en mede-erfgenaam Jarich Georg van Burmania als grietman de state. Vermoedelijk heeft hij zijn (half)broers en -zusters uitgekocht.
De familie Van Burmania bleef eigenaar van de state via Julius Hobbe Unia van Burmania, die grietman was van Leeuwarderadeel was geweest. De laatste eigenaar was Ulbo van Burmania (1737-1816). Ulbo was zijn vader opgevolgd als grietman van Leeuwarderadeel tot hij in 1795 door de patriotten werd afgedankt vanwege zijn Oranjegezindheid. Vader en zoon woonden nu beiden op Holdinga, waar Julius in 1798 stierf. Tijdens en na de Franse overheersing liepen de schulden van Ulbo zo hoog op, dat hij al zijn grondgebied verkocht en aan de kost probeerde te komen als schoolmeester. Zijn grote schuldenlast werd veroorzaakt door het feit, dat hij zo veel mogelijk stemmen kocht om zo weer grietman van Leeuwarderadeel te kunnen worden. Inmiddels raakte de state in verval. In 1816 werd een van de erfgenamen, Arent Johannes van Sminia, eigenaar en na hem zijn erfgenamen jhr. Hobbe Baert van Sminia, grietman van Tietjerksteradeel, jkvr. Louiza Albertina Glinstra van Sminia gehuwd met jhr. Robert van Breugel, jhr. Arent Johannes van Sminia te Rijperkerk, jhr. Arent Johannes van Sminia te Oudkerk en jkvr. Maria van Sminia echtgenote van mr. Marcus van Heloma te Heerenveen. Vermoedelijk vanwege het zeer kostbare onderhoud gaven zij in 1830 aan mr. Frederik Witteveen opdracht tot verkoop, wat uiteindelijk leidde tot de verkoop op afbraak op 8 januari 1831.
In de verkoopakte werd het goed omschreven als 'Een oud adellijke burgt Holdinga, gelegen onder Anjum, een geheel uit het water opgetimmerd en wel onderhouden adellijke huizinge, geheel met grachten omringd, voorzien van een koepel en spitse toren en bevattende een aantal woon- en slaapvertrekken, ruime keuken, turf- en provisiezolders, een aantal van gewelfde kelders, zijnde alles voorzien van de vereiste commoditeiten, een ruime binnenplaats, alwaar een bleekveld met put en regenwaterbak bevattende, voorts spatieuse boomgaarden met een menigte van onderschedene fijne vruchten beplant, merendeels met grachten omringd, grote moestuin met brouwerij, brede singels, een voorplein met een zware bewoonde slotpoort, voorzien zijnde de singels enzovoort behalve met een menigte kreupelhout beplant met ongeveer 850 meest zware ieperen-, essen-, eiken- en andere stamboomen...'. In de periode tussen 1816 en 1831 is Holdinga State blijkbaar door de Van Sminia’s gerestaureerd, getuige het 'wel onderhouden' in de akte.
De kopers van het hoofdgebouw werden de timmerman Adam Feddes Sonnema en zijn broer Sjoerd Feddes Sonnema, bakker, beiden te Anjum voor f. 3.491,-. Het voorplein werd eigendom van Adam Feddes Sonnema voor f. 550,-. De timmerman Jacob Bleeker uit Dokkum kocht de slotpoort voor f. 315,-. "De korte reed met hek" werd voor f. 321,- toegewezen aan Wigger Emster Meindersma, bakker te Anjum, de twee buitensingels voor f. 437,- aan Beert Gijsberts Zijlstra, wagenmaker te Anjum. Adam Feddes Sonnema kocht ook nog "huizinge, schuur en hornleger" van de slotplaats, dus de gebouwen inclusief de grond, voor een bedrag van f. 846,-. Algra schrijft: "Nog geen f. 7000 bracht deze oude burcht op en spoedig klonken de mokerslagen en werd het breekijzer gehanteerd". Bouwmateriaal was nog schaars en duur en blijkbaar had Adam daar veel van nodig, al zal hij er ook veel van voor goed geld verkocht hebben. Door die schaarste aan bouwmaterialen werd alles zo veel mogelijk ‘gerecycled’.

Hoewel het goed via de familie Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg en Van Aylva overging op de familie Van Burmania bleef het fideicommis van Holdinga daarbij bestaan tot 1816.(*3) De namencombinatie Wilco Holdinga is bij de familie Thoe Schwartzenberg nog steeds in gebruik.

Van deze State zijn een aantal afbeeldingen bewaard gebleven. Eén van die afbeeldingen werd in het midden van de achttiende eeuw gemaakt door Pieter ldserdts, die in spiegelbeeld getekend is. Pieter gebruikte nl. meestal een ‘camera obscura’, een donkere kast waarin via een gat aan de voorzijde het te tekenen beeld via een schuine spiegel op het papier werd geprojecteerd... in spiegelbeeld. Dit is met name bij zijn tekeningen van dorpen te zien, waarop de zon op het middaguur vanuit het noorden schijnt. Afbeelding 3 is digitaal gespiegeld waardoor de tekening de juiste situatie weergeeft maar de tekst in spiegelbeeld staat. In de negentiende eeuw zijn van deze tekening enkele kopieën vervaardigd die de juiste situatie weergeven, vermoedelijk door opnieuw van een spiegel gebruik te maken. Sjoerd Bonga maakte in 1830 nog een gekleurde tekening vanuit een ander gezichtspunt.

Op de afbeeldingen zien we een U-vormig gebouw, dat uit de gracht oprijst, waarbij de vierde zijde gevormd werd door een van kantelen voorziene lage muur. Deze State kende een dubbele omgrachting, waarbij over de buitenste omgrachting een poortgebouw was aangebracht, dat boven de poortdoorgang nog één verdieping telde en gedekt werd door een tentdak, dat in Friesland bij dergelijke gebouwen weinig voorkwam.
Over de binnenste omgrachting leidde een ophaalbrug naar de ingangspoort, die aangebracht was in een hoge toren, die we op de verschillende afbeeldingen in twee vormen tegenkomen. Volgens de tekening van Piter Idzerdts (en alle daarvan afgeleide afbeeldingen) is de toren in zijn geheel rond, terwijl op de tekening van Bonga de toren tot de begane grond rond is, terwijl de toren daarboven overgaat in een achtkantige vorm.

In elk geval heeft de hierboven genoemde toren een spits met een uivormige bekroning gehad, die we bij de torens, die tussen 1550 en 1650 gebouwd werden in Friesland, veelvuldig tegenkomen. Deze toren stond iets uit het midden tegen de hoofdvleugel aangebouwd of gedeeltelijk ingebouwd.
De hoofdvleugel bestond uit twee bouwlagen, was onderkelderd en werd gedekt door een hoog zadeldak tussen trapgevels. Links van de toren was deze vleugel vier en rechts twee ramen breed. Tegen de achterzijde van de hoofdvleugel was een tweede toren aangebouwd, die achtzijdig was en ook een ui-vormige bekroning had. De 2 zijvleugels hadden allebei slechts één bouwlaag en waren voorzien van tentdaken met hoge schoorstenen. Deze schoorstenen waren voorzien van sierlijke korven met windvanen.
Bewoners ca. 1450 Gabbe Holdinga
1494 Tjaerdt Mockema en zijn vrouw Doedt Holdinga
1510 Wilcke Holdinga
1535 Botto van Holdinga
ca. 1560 - 1595 Wilcke van Holdinga
1595 Doedt van Holdinga, getrouwd met Georg Wolfgang thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
1627 Johan Onuphrius thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
1653 Georg Wilco thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
Anna Dodonea thoe Schwartzenberg, getrouwd met Hobbe Esaias van Aylva
1675 Hobbe Esaias van Aylva
1698 - 1729 kinderen van Anna Dodonea thoe Schwartzenberg
1729 Jarich Georg van Burmania (zoon uit 1e huwelijk van Anna Dodonea)
1757 - 1798 Julius Hobbe Unia van Burmania
1798 - 1816 Ulbo van Burmania
1816 - Arent Johannes van Sminia
tot 1830 erven Arent Johannes van Sminia
Huidige doeleinden Op het stateterrein staan nu twee boerderijen en een nieuwbouwwijk.
Opengesteld n.v.t.
Foto's Tekening van de State door D. Cannegieter uit 1874 Tekening van de state door Pieter Idserts (gespiegelde afb.: juiste situatie) De nieuwbouwwijk op het voormalige stateterrein op 25-04-2010
Bronnen Tekst: Jan Leemburg
P.N. Noomen, De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners, 2009
Herma M. van den Berg, De monumenten van geschiedenis en kunst, Noordelijk Oostergo, De Dongeradelen
De website hisgis Elward en Karstkarel, Stinsen en States, Adellijk wonen in Friesland, 1992
A. Algra, De historie gaat door het eigen dorp, ca. 1960
Aantekeningen archief J. Leemburg
Afb. 1: "De monumenten van geschiedenis en kunst"
Afb. 2: "Stinsen en States, Adellijk wonen in Friesland"
Afb. 3: "De monumenten van geschiedenis en kunst"
Foto 1: Jan Leemburg