![]()
| Ligging |
Deze state lag bij Jirnsum, gemeente Leeuwarden.![]() |
| Ontstaan | Het ontstaan van de state is niet bekend. |
| Geschiedenis |
"Na de verwoesting van zijn
stins te Westhem in 1443 vestigde Hessel Albada zich te Irnsum. Zijn
waarschijnlijke zoon Doitse Albada maakte in 1466 zijn testament. Hij liet
toen twee goederen te Abbingawier na: dat groete guedt toe Abbinghawier
en dat gued daer Ids op woent. Bovendien lag ook zijn Idsingha gued
te Irnsum. De beide goederen te Abbingawier werden in 1466 aan dochters van Doitse nagelaten en kunnen buiten de familie geraakt zijn. Het goed Idsinga vererfde uiteindelijk aan zijn achterkleinzoon Kempo Jongema, vervolgens kwam het voor 1531 door koop aan Eda Jongema die het naliet aan zijn dochter Womck, gehuwd met Eelcke Heringa. Omdat Hessel Jongema kind(eren) in 1511 samen met Ede Jongema een aandeel in het grootste goed te Irnsum (fl. 17-14-0) had(den), bezat Ede waarschijnlijk al een deel van Idsinga en is het verleidelijk in FC20, het grootste goed in 1700 (fl. 17-14-0), Idsinga te zien. Zie voor verdere informatie: GJB (1997) 170-175; RvdA, I, 272 (Eda Jongen en Hessel Jungma kinden); BB, 136 (Eelck Heringe landen)." aldus P.N. Noomen In 1640 is het goed in handen van jhr. Tjalling van Eysinga te Marsum en de pachter is Bote Jacobs. Volgens het stemkohier van 1698 zijn er drie eigenaren: "Vrouwe Cecilia van Humalda als moeder etc van haar kinderen bij wijlen jr. Tjalling Edo Johan Heringa van Eysinga voor 1/3", "jr. Edzart van Burmania, vrijheer van Ameland, grietman over Rauwerderhem, als vader etc. van zijn kinderen bij wijlen Teth Catharina Roorda van Eysinga voor 1/3" en "Hopman Nicolaus Haringa, apotheker, Leeuwarden, als man en voogd over vrouw Etzelia van Eysinga, voor 1/3" en is het in gebruik is bij ontvanger Claes Aebbes. Die situatie heeft daarna niet lang meer geduurd, want het floreenkohier van 1700 vermeldt Hessel en Claes Dircks als eigenaren. De pachter is nog wel dezelfde Claes Aebbes. In 1728 is Claes Dircks inmiddels overleden want de helft van het goed is dan eigendom van zijn erven en de andere helft is nog van Hessel Dircks. Jacob Sakes is dan de gebruiker. In 1832 is het goed eigendom van Klaas Durks Harinxma die te Poppingawier woont en dus zelf de boerderij niet gebruikt zal hebben. |
| Bewoners |
1466 Doitse Albada - 1531 Kempo Jongema 1531 Ede Jongema Womck Jongema, gehuwd met Eelcke Heringa 1640 jhr. Tjalling van Eysinga te Marsum eig., Bote Jacobs gebr. 1698 jhr. Edzart van Burmania, Nicolaus Haringa en kinderen jhr. Tjalling Edo Johan Heringa van Eysinga eigenaren, ontvanger Claes Aebbes gebruiker. 1700 Hessel en Claes Dircks 1728 Claes Dircks erven en Hessel Dircks 1832 Klaas Durks Harinxma |
| Huidige doeleinden | Van de state is niets meer terug te vinden. Op de foto een deel van de woonwijk die op het terrein is verrezen. |
| Opengesteld | n.v.t. |
| Foto's | |
| Bronnen |
Tekst: Een deel van de tekst is met toestemming van auteur P.N. Noomen overgenomen
van www.hisgis.nl, tab "kaartlagen", keuze
"Stinzen Fryslân". Die tekst is tevens gepubliceerd in "De Stinzen in
middeleeuws Friesland en hun bewoners", P.N. Noomen, Uitgeverij Verloren,
Hilversum 2009 Foto 1: archief van J. Leemburg |