![]()
| Ligging |
Het Jellema steenhuys stond ten zuidoosten van de kerk van Kollum, gemeente
Kollumerland. Het huidige gebouw staat in de zuidwestelijke hoek van de
Oostenburgstraat en het Hoog Pypke.
|
| Andere benaming | Jellemahuysinge |
| Ontstaan | De stins wordt in 1511 vermeld, maar is van (veel) oudere oorsprong. |
| Geschiedenis |
Jellema werd in 1511 als Jellema steenhuys vermeld. Het werd toen door
Gerloff Jellema en Wytthye syn wyff bewoond. Zij waren de stamouders van
de eigenerfde familie Jellema en de daaruit in vrouwelijke lijn
stammende familie Poppius à Jellema. Gerloff leefde nog in 1543. Zijn
zoon Hero moest in 1518 vluchten omdat hij medestander was van de
Bourgondische partij. In 1557 was hij weer “woenende toe Collum”, want
in dat jaar verkocht hij een rente uit zijn “staette” aldaar. Hij
overleed vóór 1571 en liet vier kinderen na: Sjoerd, Lieuwe, Hylck en
Maek. De laatste was getrouwd met Arent Poppesz. die te Kollum notaris
en assessor was en die naar de toen heersende mode zijn naam
verlatiniseerde tot Arnoldus Poppius. Maek en Arent kochten in 1571 van
haar zuster Hylck een kwart van “Jellemahuysinge int zuydt van
Colmerbuyren”. Poppius kocht in 1578, toen gehuwd met Jetscke Repckema,
van zijn vroegere zwager Lieuwe Jellema het voorhuis van Jellema
State. Het ziet er naar uit dat Lieuwe de laatste mannelijke telg van zijn geslacht was, want Hero, de zoon van Arnoldus Poppius, noemde zich Hero Poppius à Jellema. Hero, die nog in 1650 notaris te Kollum was, bewoonde de state in ieder geval in 1616 en 1640. Hij had vier zoons die in 1653 gezamenlijk hun helft van Jellemastate verkochten aan Trijntje Cleveringa, weduwe van Jacobus van Rosema. De andere helft, die vrij zeker aan hun tante Hylck Poppius à Jellema toebehoord zal hebben, kwam later ook in handen van Trijntje, zodat ze nu eigenares was van de hele state. In 1700 was haar kleindochter Isabella Catharina van Fogelsangh, getrouwd met Lambertus Bieruma, eigenaresse van “Jellemastate”. Het huis was toen echter al verdwenen, want de plaats waar het had gestaan werd toen al aangeduid als “een hornleger en kamp lants van Jellema uytgekomen…” Aurelia of Aricia Bieruma, dochter van Lambertus en Isabella, erfde later de sathe. Of zij zelf op de boerderij gewoond hebben is niet bekend, maar ze moeten hem lang in bezit gehad hebben. Uiteindelijk deed zich een goede gelegenheid voor om dit bezit voordelig van de hand te doen. Het steenhuis stond op't Hoge hiem in't zuydt van Colmerbuyren. Naar het dorp liep een laan die werd afgesloten door de nog in 1634 vermelde Jellemapoorte. In de 17de eeuw werden ook de Jellema steeg, Jellema kleine fenne, Jellemacamp, de Tillecamp gelegen bij Jellemaheerdt en de Jellemalanden genoemd. Behalve uit het in 1511 genoemde steenhuis en de ligging dichtbij het dorp, blijkt het belang van Jellema ook uit de pretentie dat de prebende van het Heilig Sacrament in de kerk van Kollum was gesticht bij 't geslagte van Jellema ende eenige van Bootsma ende Faesma. (Zie verder Oostenburg) |
| Bewoners |
1511 Gerloff Jellema ca. 1545 – 1571 Hero Jellema 1571 Sjoerd, Lieuwe, Hylck en Maek Jellema Arnoldus Poppius en Maek Jellema Hero Poppius à Jellema en zijn zuster Hylck Poppius à Jellema rond 1653 Trijntje Cleveringa 1700 Isabella Catharina van Fogelsangh en Lambertus Bieruma Aurelia of Aricia Bieruma |
| Huidige doeleinden | Van de Stins/State is niets meer terug te vinden. |
| Opengesteld | n.v.t. |
| Foto's | |
| Bronnen |
Tekst: Jan Leemburg mr. A.J. Andreae, Kollumerland en Nieuw Kruisland, 1883-1885 P.N. Noomen, De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners, Verloren, 2009 Afb. 1: www.hisgis.nl |