Jongestal State te Hallum

Ligging Deze state stond ten zuidwesten van Hallum, gemeente Ferwerderadeel, op de grens van die gemeente met de gemeente Leeuwarderadeel.

Tekening van de State in 1723 door J. Stellingwerf

Andere benaming Het Huis van Berouw, Ondersmastate
Ontstaan De State wordt voor het eerst in het begin van de 17e eeuw genoemd.
Geschiedenis Cannegieter vermoedt dat Walter de Underthum, die genoemd wordt in het leven van abt Ethelger van Mariëngaarde afkomstig was van een plaats waarnaar ook Ondersma ge¬noemd is. De buurschap waar Ondersma State lag heette in de 13de eeuw Underthum, een naam die zich via vormen als Underda en Ondersmaterp (1511) tot Ondersmaburen ontwikkelde. Ondersma was dus een buurschapsnaam en geen familienaam.

Zoals ook elders in het terpengebied is vastgesteld, zullen de sates Ondersma, Schierstins en Lunia in de tijd voor de bedijking voorgangers hebben gehad bovenop de terp; van de laatste twee staat door de recente archeologische vondsten vast dat de verschuiving van de bewoning reeds in de 12de eeuw plaats had. In 1557 wordt van de goederen Lunia en Schierstins gezegd dat ze in Ondersmaburen lagen; de archeologische vondsten ter plekke laten zien dat zij daar ook in de 12de eeuw al lagen. In de vroege 16de eeuw kenden deze huizen geen adellijke bewoning meer, hoewel naast een ervan mogelijk nog wel een ruïne aanwezig was.

Pas in de 17de eeuw ontwikkelde een andere boerderij op Ondersmaburen zich tot een buitenplaats met een indrukwekkend huis: Ondersma-state. Deze state is vanaf 1640 in stemcohieren en floreencohieren te volgen; zij kon (nog) niet met gegevens uit het Register van den Aanbreng van 1511 en 1540 en uit andere oude bronnen in verband worden gebracht. De grootte was 100 pondemaat (ca. 37 hectare), aangeslagen voor 33 floreen. In 1640 was dr. Allard Pieter van Jongstal, raadsheer in het Hof van Friesland, eigenaar. Hij was ook de bouwheer van het grote classicistische huis op deze sate: 't slot Ondersma, bijgenaamd Jongestal of het Huis van Berouw.
A. P. Jongstal was in 1612 te Stavoren geboren als Pieter Jongstal; door een oom werd hij in 1635 geadopteerd onder de naam Allard. Hij studeerde te Franeker en Leiden, werd advocaat te Leeuwarden en raadsheer in het Hof van Friesland. Hij huwde Margrieth van Haren uit Blija, wier moeder Magdalena van Vierssen was. In 1653 is hij door Willem van Nassau, stadhouder van Friesland, in het gezantschap naar Engeland afgevaardigd. Zijn stadhouderlijke gezindheid werd hem daar niet in dank afgenomen en hij trok zich ten¬slotte terug. Later werd hij nog afgevaardigd naar de vredesonderhandelingen te Breda. In februari 1664 was hij een van degenen die octrooi (vergunning) ontvingen voor de aanleg van een trekweg langs de vaart van Hallum naar de Dokkumer Ee. Als "Eerste en Presiderende Raad in den Hove van Friesland" (president van de rechtbank) heeft hij in 1672 mede de beslissing genomen Friesland te verdedigen.

Hij liet het oude Ondersma State afbreken en een nieuw huis bouwen, dat officieel de naam Jongestal State kreeg. Het huis te Hallum moet uit zeer ruime beurs gebouwd zijn geweest. Volgens een door Cannegieter genoemde niet na¬der gedateerde acte zou het huis voorzien geweest zijn van `poorten, gragten, cingels, homeyen, ringmuren, boomen en plantagien, mitsgaders bloemen- en keukentuinen, schiphuis c.a'. Op het met zink beslagen platte dak vond men een ‘bassin met goudvisschen’. De naam van het huis werd in de volksmond echter al gauw 'Het Huis van Berouw' genoemd, doordat Allard Pieter vrijwel zijn hele vermogen aan het huis had besteed en kennelijk spijt kreeg, ook omdat hij geen vermogende vrouw trouwde.
Het huis vererfde op zijn zoon Gellius Wybrandus, gedoopt in 1653 en gehuwd met Ida Lezaen van Wissema, dochter van Sape van Wissema en Frouck van Burmania. Gellius was sedert 1673 Grietman van Hemelumer Oldephaert doch hij stierf te Hallum in 1688. Het Huis vererfde volgens het testament van Allard Pieter wederom op de oudste zoon, Pieter geheten. Deze was gedoopt in 1676 en overleed voor 1708. In 1698 behoort de stem van het huis aan W. van Haren en Bruno van Viersen als curatoren over de kinderen Jongstal (stemkohier). Zijn echtgenote Wilhelmina Coenders had hem een zoon Pieter geschonken die erfgenaam werd. Als weduwe hertrouwde zij Gellius Wybrandus van Aytta, bij wie zij nog drie kinderen kreeg. De erfgenaam moet vrij jong zijn overleden, want na zijn dood in 1739 maakten zijn neef Willem Jongstal en Pieters' stiefvader Gellius Wybrandus van Aytta aanspraak op de State. Gellius Wybrandus deed dit namens zijn dochters, die halfzussen van Pieter waren.
Na 2 jaar valt de beslissing en de State wordt aan Gellius Wybrandus toegewezen ten nadele van een neef, aan wie Pieter II de bezitting had nagelaten. Zijn familie blijkt toch niet zoveel belangstelling gehad te hebben voor de State, want 10 jaar later, in 1751, wordt Ondersma State bij een ver¬koping door de kinderen Aytta reeds een boerenhuizinge genoemd. De Tegenw. Staat uit 1785 spreekt echter van 'onlangs afgebroken door den Majoor Aytta’. Deze overleed in 1773.

"Ondersma, meest bekend bij den naam van ’t huis van berouw, werd hier, in de voorleden Eeuw gebouwd door den Ridder en Raad A.P. van Jongestal, en onlangs weggebroken door den Majoor Ayta", aldus de "Tegenwoordige staat van Friesland" van omstreeks 1785. In 1850 stond er "een der sierlijkste boerenplaatsen onzer provincie, waarvan het smaakvol, wit bepleisterd woonhuis met zijn leijen dak den reiziger, die Heijum verlaten heeft, al aanstonds in het oog blinkt" zoals Cannegieter het beschrijft. Enkele jaren later, in 1871, werd de terp van Ondersma afgegraven.

Op afbeeldingen zien we een rijzig vierkant gebouw bestaande uit een souterrain, een hoge bel-etage en een mezzanine, gedekt door een schildkap met op alle hoeken een schoorsteen.
Alle gevels waren voorzien van pilasters met Korinthische kapitelen. Door deze zuilen werd de rijzigheid van het gebouw nog meer versterkt. Boven de vensters worden afwisselend driehoekige en halfronde tympaans getekend. De ingang van het gebouw werd bekroond door een driezijdig fronton met alliantiewapens. Op de bel-etage zijn hoge kruisvensters aangebracht.
Het terrein kon alleen bereikt worden via een classicistische poort die nog op een dam in de omgrachting staat. De tuin was blijkens die afbeelding geheel ommuurd met op gelijkmatige afstanden kleine paviljoens. Op deze poort zien we het jaartal 1648 staan. Al met al was het huis wellicht één van de fraaiste exemplaren van de classicistisch-barokke bouwkunst, die Friesland gekend heeft.
Op het deels nog door grachten omringd terrein staat een grote stelphoeve, mogelijk van kort na 1870. Het in 1843 gebouwde woonhuis van de boerderij zou toen afgebroken zijn om naar de stad Leeuwarden overgebracht te worden. De schuur was in 1838 herbouwd, nadat de vorige was afgebrand.
Bewoners 1648 - 1676 Allard Pieter Jongestal en Margrieth van Haren
1676 - 1688 (?) Gellius Wybrandus Jongestal en Ida Lezaen van Wissema
1688 - 1708 Pieter Jongestal en Wilhelmina Coenders
1708 - 1739 Pieter Jongstal II
1741 - 1751 kinderen van Gellius Wybrandus van Aytta en Wilhelmina Coenders
Huidige doeleinden Van de State is niets meer terug te vinden.
Opengesteld De huidige boerderij wordt particulier bewoond en is niet toegankelijk.
Foto's Litho van de State door D. Cannegieter (2e helft 19e eeuw) Voorgaande in kleur (2e helft 19e eeuw) Hoofdafbeelding, maar dan iets mooier Hoofdafbeelding, maar dan in waarschijnlijk juiste verhoudingen
Kaartje met alle States rond Hallum
Bronnen Tekst: Jan Leemburg
Stinsen en States, Adellijk wonen in Friesland, 1992
Archief J. Leemburg
"Tegenwoordige staat van Friesland", ca. 1785
Dr G.A. Wumkes, Stads- en dorpskroniek van Friesland, 1930
D. Cannegieter, Geschiedkundige herinneringen van Hallum, artikelen in de Friesche Almanak van 1851 en 1852
D. Cannegieter, Ondersma-state of het Huis van Berouw te Hallum, in: Friesche Volks Almanak, 1887, p. 120-137
G.A. Wumkes, Stads en Dorpskroniek van Friesland, 1930
A. Algra, De historie gaat door het eigen dorp, ca. 1955
Herma M. van den Berg, De monumenten van geschiedenis en kunst, Noordelijk Oostergo, Ferwerderadeel, 1981, p. 174-175
P.N. Noomen, De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners, 2009
Afb. 1: Stinsen en States, Adellijk wonen in Friesland, 1992
Afb. 2 t/m 6: Archief van J. Leemburg