|
Geschiedenis
|
Jornsma State is in 1511 eigendom van Hessel van Martena, de bewoner van Groot
Terhorne te Beetgum. Het goed is dan groot 8 pondemaat bouw;and, 24 koeganck (= 36
pmt weiland) en 30 pmt mieden (laaggelegen en dus drassig grasland). Bij elkaar dus
zo’n 25 hectare.
In 1523 wordt het bewoond door Jancko van Douma (afkomstig uit Langweer) en zijn
vrouw Maria Douwedr. van Burmania. Of zij eigenaren zijn geweest is twijfelachtig. Na
hen is nl. eigenaar hun zoon Edzardt van Burmania, getrouwd met Helena Rudolfsdr. van
Bunau. Zij zal de state vrijwel zeker geërfd hebben van haar ouders, Rudolf van Bunau
en Cunera van Martena, een dochter van Hessel van Martena.
Als Edzardt van Burmania op 31 januari 1577 sterft, hertrouwt Helena met Wilco van
Holdinghe (Holdinga). Als ook Wilco overleden is, blijft Helena van Bunau eigenaresse
van Jornsma State. Zij bewoont het huis met Cunera van Douma, weduwe van Sjuck van
Burmania. Cunera is een dochter van Laes van Douma, zoon van eerdergenoemde Jancko en
Maria van Burmania.
Als Helena van Bunau op 11 december 1613 overlijdt, erft Cunera van Douma Jornsma
State samen met de aangrenzende boerderij Geringa state. Cunera sterft op 13 mei 1651,
54 jaar na het overlijden van haar partner en overleefd daarmee haar drie kinderen.
De state wordt eigendom van haar kleinzoon Gemme Laes van Burmania (hij is een zoon
van Sjuck Sjucks van Burmania en Catharina van Entents van Mentheda).
Gemme is houtvester en pluimgraaf van Friesland; een erebaantje waar hij goed geld
mee verdient terwijl anderen het werk doen. Hij trouwt in 1644 met Rinthje Ædes van
Eysinga. Eerst wonen ze op Martena State te Cornjum, maar omstreeks 1650 verhuizen ze
naar Jornsma State. Waarschijnlijk werd deze verhuizing ingegeven doordat moeder
Cunera wegens ziekte en ouderdom verzorgd moest worden. Rond 1653 overlijdt Gemme’s
eerste vrouw en in 1655 hertrouwt hij met Foeck Fransdr. van Eysinga. In 1667
schenken zij een bijbel met zilverbeslag aan de kerk van Britsum. Gemme overlijdt op
19 september 1671, 45 jaar oud. Foeck van Eysinga blijft tot haar dood op de state
wonen.
Sjuck Tjaerdt van Burmania, oudste zoon uit het tweede huwelijk, trouwt op 2 november
1690 te Workum met Maria Helena van Ynthiema. Hij is dan grietman van Menaldumadeel
maar woont op zijn landhuis Jornsma State. In die tijd is het nog heel gewoon dat de
grietman elders woont. De verplichting om in de "eigen" grietenij te wonen wordt pas
veel later ingesteld. In de periode 1692-1710 worden 8 van hun kinderen in de
Britsumer kerk gedoopt.
Op 10 april 1729 trouwt hun dochter Catharina Lucia van Burmania met majoor jonkheer
Bartholt van Burmania. Zij krijgen Jornsma State in eigendom. In 1730 laten zij de
kerkbijbel vernieuwen die haar grootouders 63 jaar eerder geschonken hadden.
In 1758 staat Jornsma State in de Leeuwarder Courant. Op zaterdag 3 juni ’s middags
om 1 uur in Het Zwarte Kruis bij de waag te Leeuwarden komt het spul onder de hamer.
De verkoop bestaat dan uit twee kavels:
1. "Een Heerlyke Heeren Huizinge en Hornleger cum annexis,
groot met de Singels en aanleggende Landen 28 pmt."
Het huis wordt dan bewoond door vrouwe Catharina Lucia
van Burmania, weduwe van Bartelt van Burmania. Het wordt
provisioneel verkocht voor 2.122 goudgulden.
2. "Een Boere Huizinge, Schuire, Hovinge cum annexis,
op het Hiem aldaar", groot 34 pondemaat. Dit wordt
provisioneel verkocht voor 130 goudgulden en 7 stuivers
per pondemaat.
In de Leeuwarder Courant van 26 januari en 9 februari 1760 adverteert Jan Distelsma
uit Deinum Jornsma State op afbraak: "waar aan een groote quantiteit van Steen,
Pannen, Yzerwerk, een extra mooie Hart Steenen Boog, Houtene en Steenen Floeren,
waaronder een mooije blauwe Polijste Floer is ongeveer 400 Steenen in ’t getal, en 13
een tweede Duim in ’t vierkant; een mooy Goudleeren Behangzel verheven werk in een
groote Kamer van 30 voeten Wijd; al mede zwaare Eykene en Greenen Balken van 30 voet
lang, zeer bequaam tot het bouwen van nieuwe Schuuren; een groote quantiteit Juffers
(dat zijn daksparren), 30 en 24 voets, Schuif kozijnen, Kruis-kozijnen, Eykene
Kozynen en Deuren, Solders, Wenteltrap, etc."
Secretaris Julius Matthijs van Beyma is dan eigenaar van de boerderijen Jornsma en
Geringa state, tegelijk met de "Gestoeltens" in de kerk van Britsum, die naderhand
altijd overgaan op de volgende koper. In een koopakte van 4 oktober 1794, wanneer
H.J. Bruinsma en zijn vrouw Jetske Arjens Jornsma en Geringa kopen, staat: "de
Gestoeltens in de Kerk de Verkooper eigen, worden gerekend onder deze verkoop te
versmelten".
|