|
Geschiedenis
|
In de eerste helft van de 15e eeuw woonde hier Bauke Juwsma. Bauke had drie zoons,
Garolt, Wopke en Gaycke. Van deze drie zoons was het Wopke die rond het midden van die
eeuw op de stins woonde.
In de vetes van die tijd had Wopke het vaak en bloedig aan de stok met zijn buurman Worp
Tjaarda.
Die laatste was de nabijheid van de toen machtige Juwsma’s een doorn in het oog. Tjaerde
wilde dan ook graag het bezit van de Juwsma’s hebben, maar de stins was veel te sterk om
te belegeren en in te nemen. Daarom zocht hij naar een andere mogelijkheid. In 1465 had
hij Lieuwe Jellinga uit de Dokkumer hoek en zijn volk gerekruteerd. Die legden zich in
hinderlaag bij de stins en toen Wopke Juwsma op zeker moment de stins uit kwam, werd hem
door de bende van Jellinga de weg terug afgesneden. Wopke probeerde te vluchten maar werd
afgeslacht. Het jaar daarna, in 1466, werd Wopke’s zoon Popke vermoord door de knechten
van Worp Tjaarda.
Bij gebrek aan een nog levende broer vererfde de state op een zuster van Popke, Wyts
Juwsma. Deze was getrouwd met Juw Harinxma thoe Sneek. Misschien om te voorkomen dat
Juwsma State in handen van de Tjaerda’s zou vallen, maar waarschijnlijker om het goed
zelf in handen te krijgen, werd het huis bezet door haar oom Garolt. Wyts en Juw hadden
uitgestrekte bezittingen in en rond Sneek en vonden het waarschijnlijk niet zinvol om in
die roerige tijden een state zo ver van hun woonplaats te hebben en daar tegen hoge
kosten een voldoende aantal vechtersbazen te legeren om de Tjaerda’s af te weren. Zij
verkochten de state daarom aan haar andere oom Gaycke. Die verkocht de sterkte in
1484 aan zijn vriend Wilco Ringia, die door de Leeuwarders van zijn state te Stiens was
verdreven.
De Leeuwarders lieten Ringia echter ook in Rinsumageest niet met rust. Omdat de state
veel te sterk was om te veroveren kochten ze de poortwachters om, die de poort voor hen
openden. Alles werd verwoest behalve de toren en de poort. In dat overblijfsel legerden
zich de Leeuwarders, die zich daarna in de omgeving bezondigden aan plundering en
afpersing. Buurman Syds van Bottinga, een schoonzoon van Worp van Tjaerda, had daar al
gauw genoeg van en bond vanuit Tjaerda State de strijd tegen hen aan. Met succes. De
Leeuwarders moesten uiteindelijk capituleren en nu werden ook poort en toren met de grond
gelijk gemaakt. Daarmee is de Juwsmastins voorgoed verdwenen.
Op de plaats waar de stins gestaan heeft, zijn verschillende vondsten gedaan door de
bewoners van de hier gebouwde patrimonium woningen. Tijdens het bouwrijp maken van
de grond is door een werknemer uit Akkerwoude een muntvondst gedaan, die waarschijnlijk
aan de familie Juwsma toebehoord heeft.
|