|
Geschiedenis
|
De oorspronkelijke bewoners zullen Melcama geheten hebben, maar over deze familie is
weinig bekend. Het geslacht was in mannelijke lijn al vóór 1600 uitgestorven. In de 16e,
17e en 18e eeuw was de state eigendom van een tak van de uitgebreide familie Van
Aylva.
In 1532 woonde hier Tjaerd Ulbo van Aylva. Zijn zoon Tjaerd van Aylva was in 1582
tijdelijk grietman en in 1601 werd hij het definitief. Zijn (klein)zoon, ook een Tjaerd
van Aylva, bekleedde dat ambt van 1656 tot 1666 waarna hij raadsheer in het Hof van
Friesland werd. Hij liet de state helemaal verbouwen, vergroten en verfraaien. Deze
tweede Tjaerd is in 1679 op Melkama State overleden.
Zijn zoon, alweer een Tjaerd, volgde zijn vader in 1666 op als grietman van Dantumadeel
en bleef dat tot 1713. Hij woonde met zijn vrouw Helena Maria thoe Schwartzenberg en
Hohenlansberg. Zij stierven kinderloos.
In de bewaard gebleven acten vanhet "Nedergerjocht" komen we de vermelding tegen, dat
"Juffr. Jetske van Aijlva woonagtigh is op Melckama Staate onder Rinsumageest.
In 1723 werd de state bewoond door een mevrouw Van Unia, dochter van generaal
Schratenbach. Daarna gaat het huis diverse keren in andere
handen over tot het in 1754 "op afbraak" werd verkocht. Deze verkoop gebeurde in
gedeelten: "Cosijnen, Engelsche schoorsteen, Schoorsteenmantel, Goudleeren behangsel,
blauwe en bonte vloeren, staande en liggende plaaten, het muurwerk, hout, ijzer en lood.
En na zulks zal alles te zamen getrokken in één perceel worden opgeroepen". De poort
bracht 67 goudguldens op en de state slechts 1727.
Het kasteelterrein en in ieder geval een deel van de landerijen werden bij het
naastgelegen Eysinga State gevoegd.
Volgens de "Tegenwoordige staat van Friesland" was Melkama "...insgelijks met eene uit
het water opgehaalde huizinge versierd...", maar "... dit gebouw is reeds voor veele
jaaren weggebroken, zijnde de hoving en plantagien in die eerstgenoemde State Eysinga
versmolten".
|