![]()
| Ligging |
De stins stond op het terrein tegenover Mûntsewei 2 te Klooster-Lidlum aan de oostzijde van de
weg, gemeente Franekeradeel.![]() |
| Andere benaming | Oude Dal |
| Ontstaan | Het huis Oude Dal bestond al in 1182, de stins te Lidlum is gebouwd tussen 1309 en 1325. |
| Geschiedenis |
Onder Lidlum is de huisplaats bekend van een aanzienlijke familie in de 12de en 13de eeuw. De
rijke man (vir dives) Sibo stichtte voor 1182 bij zijn huis te Lidlum (aede propria in Lidlom)
een klooster, dat weldra als dochter van Mariengaarde aansluiting vond bij de premonstratenzer
orde. Zijn familie bleef aanvankelijk bij het wel en wee van het jonge klooster betrokken. De stichting had plaats op de zogenaamde Kapelleterp of Oude Dal, Vetus Vallis (Lidlum FC7). 1) Toen een kleine zestig jaar later, in 1234, de abdij vanwege de dreiging van de zee enkele honderden meters landinwaarts werd verplaatst, protesteerden Sibo's verwanten (Sibodi primi fundatoris cognati) die meenden dat de plaats van het klooster krachtens zijn vrome schenking niet verplaatst mocht worden. Later vernemen we van deze familie van Lidlum niets meer. De verplaatsing van het klooster is doorgegaan, naar het huidige Lidlum (Lidlum FC1). Buiten de eigenlijke stinzenverzameling van dit boek vallend, maar illustratief voor het geweld op het middeleeuwse Friese platteland, is de hoge stins die abt Pibo Sibranda (1309-1325) op eigen kosten als abtenverblijf had laten optrekken op het kloosterterrein. Dit steenhuis grensde direct aan de kloostergracht. Toen de Tzummarumer hoofdeling Johannes Roorda in het midden van de 15de eeuw het klooster overviel, voer hij met een schip vanuit Tzummarum de kloostergracht op, brak de deur van de abtshof open, sloeg de vensters in en drong het slaapverblijf van de abt binnen zonder dat de broeders een hand konden uitsteken. 2) Ruim een eeuw later liet abt Isbrand van Harderwijk de abtshof verder verfraaien. Archeologisch veldwerk en de tekeningen van Lidlum in de Robles-atlas van 1572 bevestigden het belang van deze kloosterlijke stins.3) (P.N. Noomen) In 1640 is het geen kloostergoed meer, maar eigendom van Grietman Hottinga. Door zijn afstamming uit een van de regerende families van Friesland die ook de prijzen en verkoop/gunning van de geconfisqueerde voormalige Rooms Katholieke klooster- en kerkelijke goederen regelden, zal hij allicht niet de hoofdprijs voor dit goed hebben betaald. Aangezien hij op het nieuwe Hottinga state te Sexbierum woonde is het uitgesloten dat hij op de oude stins heeft gewoond, als die er toen nog stond. Hij verpachtte de boerderij aan Gerrit Heres. 1) Het perceel ten oosten van de Kapelleweg, tegenover de Kapelleterp, heette naar de toegangspoort van de later hier gelegen Lidlumer uithof de "Poertfen". H. Halbertsma, "Kapelleterp", in: Barradeel. Rapport van het Lânskip-genetysk Wurkforbân (Drachten 1955) 79-109. 2) Zie Roordama State te Tzummarum 3) Gilles de Langen en Hans Mol, "Klooster Lidlum", in: B. de Vries en S. van der Woude, Caspar de Robles, de Friese Alva? Catalogus tentoonstelling Rijksarchief in Fryslân (Leeuwarden 1998) 37-46; Schroor en Van den Heuvel, De Robles atlassen (Leeuwarden 1998) 139-143. |
| Bewoners |
Tot 1580 kloostergoed. 1640 Douwe van Hottinga 1698 Reiner Gijsberts Fontein eig., gebr. Schelte Pyters 1728 Tjalling Homme van Camstra eig., gebr. Claas Heerts weduwe |
| Huidige doeleinden | De terreinen zijn nu akkerland. |
| Opengesteld | n.v.t. |
| Foto's | |
| Bronnen |
Tekst: Een deel van bovenstaande tekst is met toestemming van auteur P.N. Noomen overgenomen van
de website www.hisgis.nl, tab "kaartlagen",
keuze "Stinzen fryslan". Die tekst is tevens gepubliceerd in: "De Stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners", P.N. Noomen, Uitgeverij Verloren, Hilversum 2009 Foto 1: Google Earth |