Roordaburg te Franeker

Ligging De Roordaburg stond bij Franeker, ten zuiden van de Franekervaart en ten noorden van Lutjelollum.

Tekening van de Roordaburg door Piter Idserdts uit 1747

Ontstaan Het kasteel wordt voor het eerste in de 16e eeuw genoemd.
Geschiedenis Als de Roordaburg in de 16e eeuw voor de eerste keer wordt genoemd, wordt het bewoond door Sybrant Roorda. Hij is de laatste mannelijke nakomeling uit een geslacht, dat zijn naam aan het kasteel gegeven heeft. Zijn dochter Perck trouwt met Pybe Eminga van Schingen, waarmee het huis in deze familie komt.
Na de dood van Perck en Pybe erft hun zoon Albert Eminga van Schingen het kasteel. Hij werd protestant en was grietman van Franekeradeel van 1652 tot 1662. Hij trouwde eerst met Maria thoe Schwartzenberg en na haar dood met Foockel van Botnia van Oud-Botnia te Franeker. Na zijn dood erfde zijn katholiek gebleven zus Catharina, echtgenote van Alef van Aggema, de Stins. Hiermee komt het huis in de familie Van Aggema, maar niet voor lang.

Catharina en Alef hebben alleen een dochter Catharina en zij verkoopt in 1692 het huis aan Gerrolt van Cammingha en Catharina Victoria van Sternsee. Het slot wordt gerfd door hun zoon Sjuck van Cammingha, maar bij zijn dood blijken zijn bezittingen zo zwaar belast te zijn, dat zijn erfgenamen de erfenis verwerpen.
Uit de boedel koopt Tiberius Pepinus van Eminga van Wiarda State te Goutum het huis, maar verkoopt dit 2 jaar later alweer. Uiteindelijk wordt het kasteel in 1765 gesloopt.

Na de Reformatie is de Roordaburg een lange tijd schuilkerk geweest voor de rooms-katholieken, die in de streek rond Franeker hun godsdienst trouw bleven. Hiertoe behoorden ook veel adellijke families, zoals de Liauckama's te Sexbierum en de Cammingha-Sternsee's te Franeker. Zij mochten hun godsdienst niet meer openlijk belijden en kwamen bijeen in zogenaamde schuilkerken.

Van de Roordaburg zijn verschillende afbeeldingen bewaard gebleven uit de achttiende eeuw. Deze afbeeldingen geven echter niet eenzelfde beeld van het huis. op de tekening van Jacobus Stellingwerf uit ca 1720 zien we een vrijwel dubbelbeukig dwarshuis met trapgevels en met een vooruitspringende ingangspartij met traptop en enkele bijgebouwen. Het huis stond op een omgracht terrein dat alleen via een poortgebouw met trapgevels en gedekt door een zadeldak, dat over de gracht stond, bereikbaar was.
Bijna 20 jaar later maakte Piter ldserdts een tekening van de Roordaburg. Hierop komen we het poortgebouw niet meer tegen. Daarvoor in de plaats zien we een loofgang en een lattenpaviljoen. Het hoofdgebouw bestaat uit slechts n onderkelderde bouwlaag. Links van de inganspartij bevinden zich drie ramen, terwijl rechts vijf ramen zijn aangebracht. Dit zijn in totaal meer ramen dan we op de tekening van Jacob Stellingwerf zien. De vooruitspringende ingangspartij is nu voorzien van een poortingang en op de kruising van de daknokken staat een enorme achtzijdige schoorsteen. Verder zien we rechts van het voorplein nog een schuur en achter het gebouwd enkele bijgebouwen.

Tot slot is er nog een derde afbeelding bewaard gebleven. Hierop is de Roordaburg echter een rune. De rune had vrij hoge muren, die er op zouden kunnen wijzen dat de linkervleugel wellicht onderkelderd was met n bouwlaag en de rechtervleugel twee bouwlagen bezat.
Bewoners 16e eeuw Sybrant Roorda
Perck van Roorda, getrouwd met Pybe Eminga van Schingen
ca 1652 - ca 1662 Albert Eminga van Schingen
Catharina Eminga van Schingen, getrouwd met Alef van Aggema
- 1692 Catharina van Aggema
1692 Gerrolt van Cammingha, getrouwd met Catharina Victoria van Sternsee
Sjuck van Cammingha
1719 - 1721 Tiberius Pepinus van Eminga
Huidige doeleinden Van deze Stins is niets meer terug te vinden.
Opengesteld n.v.t.
Foto's
Bronnen Tekst: Stinsen en States, adellijk wonen in Friesland, 1992
Afb. 1: Stinsen en States, adellijk wonen in Friesland, 1992