![]()
| Ligging | De Ropta State heeft in Metslawier, gemeente Oost-Dongeradeel gestaan. |
| Andere benaming | Ropperda State |
| Ontstaan | Tegen het einde van de 13e eeuw is er voor het eerst sprake van de Ropta Stins. |
| Geschiedenis |
Algra schrijft in zijn "De historie gaat door het eigen dorp" uit omstreeks 1970 over
Ropta State ondermeer: "Tegen het einde van de 13e eeuw woonde op de Roptastins Worp van
Ropta, ons getekend als ‘een man, van seer forts en onversaecht ghemoet thegens syne
vyanden, doch seer goet lyberael ende lieflijck int ommegaen thegens een yeder man’."
Met andere woorden: een man die je beter niet kwaad kon maken. Hij, zijn zoon Doede en
zijn vriend Tythe Cammingha hadden het rond 1299 nog wel eens aan de stok met Juck
Helbada van Hogebeintum, maar het gaat te ver die verhalen hier op te dissen. Algra schrijft verder: "Omstreeks 1500 woonde Sybren van Ropta te Metslawier, die opgevolgd werd in zijn ambt en bezit door Focke van Ropta, in 1512 overleden, evenals zijn vrouw Graets van Eysinga. De een overleed op 24 juni, de ander op 4 juli. Het was weer een woelige tijd, want de Saksische overheersers bedreven veel moedwil in Friesland en kort na de dood van Focke en Graets bezetten zij ook 'Roptahuys toe Metzelwier'. Van brandstichting en plundering wordt echter niet als elders gerept, zodat dorp en stins niet erg geleden hebben. Maar wel mogen we de conclusie trekken, dat de Ropta’s meegedaan hebben aan de strijd tegen de indringers. Als zovele edelen hebben ook zij tenslotte Karel V erkend als heer en de beloning bleef dan ook niet uit. Worp, de zoon van Focke, werd "vanwege de Roomse Keizerlijke Majesteit Grietman over Dongeradeel". (Roomse betekent hier Romeinse, want de keizers beschouwden zich als opvolgers van de keizers van het Oude Romeinse Rijk.) Andreae meldt, dat van deze grietman nog een geschilderd portret bestaat van het jaar 1542, toen hij 38 jaar oud was. Het is in het Rijksmuseum in Amsterdam. De grietman had naar het schijnt slechts één dochter, Cunera, die in het huwelijk trad met Christoffel von Sternsee, een hoofdman in dienst van de keizer. Hij was kolonel, bevelhebber van de dwangburcht in Harlingen en grietman vanwege de keizer over Barradeel. Dit echtpaar had twee kinderen, Karel en Maria. De eerste was genoemd naar de Keizer, die als peet optrad en de dochter naar ’s keizers zuster, de landvoogdes Maria. Viglius van Ayta hield het meisje ten doop. "Maaycke Sternsee" kreeg van haar peettante rijke doopgiften. Von Sternsee heeft aan zeer vele tochten van de Keizer deelgenomen en hij stond dan ook in zeer hoge gunst bij zijn meester. In 1560 is hij overleden, 5 jaar na Cunera. Hun al genoemde zoon Carel bezat Ropta, maar door huwelijk ook Sjaerdemahuis te Franeker, waar hij met zijn vrouw heeft gewoond. Is de familie Rooms gebleven? Er komen althans klachten voor, dat een priester 'van de Maatschappij' (Jezuïet) geregeld op Roptastate zijn dienstwerk kwam verrichten en een van deze heren werd zelfs te Dokkum gearresteerd. De 14e mei 1615 is Carel von Sternsee en Ropta overleden en hij liet de stins te Metslawier na aan Bocke van Humalda (een geslacht ook zeer bekend in de Dongeradelen), met de bepaling dat Bocke de naam van Sternsee zou aannemen, wat ook geschied is, want de zoon van Bocke en Trijn noemde zich Jr. Carel van Sternsee, eigenaar van Groot en Klein Ropta. Er was dus ook een Klein-Ropta, dat trouwens een honderd jaar eerder ook al genoemd werd. Een verschijnsel, dat dikwijls voorkwam. Soms was het een tweede stins voor een jongere tak, soms een boerderij bij het slot. Dit laatste was hier het geval. De jonge Carel had slechts één dochter, die driemaal getrouwd is geweest. Onder haar gaat de glorie van Ropta al tanen en spoedig na haar dood (1711) wordt de stins door de erven verkocht en afgebroken (1731). Het huis was volgens Foeke Sjoerds ongemeen sterk, met zware muren en van wijde en diepe grachten voorzien. De poort steunde op een gemetseld gewelf boven de gracht en dit gevaarte is eerst in de lente van 1769 afgebroken. |
| Bewoners |
? - 1302 Worp Ropta 1302 - ? Doede Worpzn. Ropta Sybren van Ropta - 1512 Focke Sybrens van Ropta, getrouwd met Graets van Eysinga 1512 - 1551 Worp Fockes van Ropta, getrouwd met Biuck Sjoerdsdr. van Aebinga (uit Blija) 1551 - 1555 Cunera Worpsdr. van Ropta, getrouwd met Christoffel von Sternsee 1555 - 1560 Christoffel von Sternsee 1560 - 1615 Carel von Sternsee en Ropta 1615 - ? Bocke van Humalda (van Sternsee) Carel van Sternsee, getrouwd met Lucia van Cammingha Dochter van Carel en Lucia ca 1723 - 1731 Johan de Wolf |
| Huidige doeleinden | Van de State is niets meer terug te vinden. |
| Opengesteld | |
| Foto's | Afb. 1 Oude tekening van de State uit 1723 door J. Stellingwerf |
| Bronnen |
Tekst: A. Algra "De historie gaat door het eigen dorp" Aantekeningen van J. Leemburg "Beschryvinge van de Heerlyckheydt van Frieslandt" door Christianus Schotanus (1664) "Tegenwoordige staat van Friesland" ca. 1780 De site van Tresoar Genealogieën van André A. Buwalda Afb. 1: Uit het archief van J. Leemburg |