![]()
| Ligging | Deze buitenplaats lag aan de Hoge Herenweg ten westen van Marrum, gemeente Ferwerderadeel, ten noordoosten van de Westerhuislaan. |
| Ontstaan | Het is niet precies bekend wanneer het Westerhuis is ontstaan. |
| Geschiedenis |
Aan de Hoge Hereweg, ten noordoosten van de Westerhuislaan lag het buiten
Westerhuis, ter plaatste van twee kloosterboerderijen. Die werden na de
Reformatie in 1580 door de overheid in beslag genomen. In 1640 waren ze
nog eigendom van de Staten van Friesland die ze 1644 verkochten. In 1698
en 1700 waren ze eigendom van Sioerd Tierckx Westerhuis, eerst vermeld als
schepen van Leeuwarden en later als burgemeester van Leeuwarden. Hij zal
mogelijk de bouwheer zijn geweest van de buitenplaats. Volgens het
floreenkohier van 1700 was “Burgemeester Westerhuijs” zelf gebruiker van
de 74 pondemaat (27 ha.) land die hoorde bij “een plaats, Westerhuis
state”. Zijn dochter Dieuwke huwde in 1697 Johannes Wielinga die in 1709 stierf. Zij liet als weduwe in 1723 een bank snijden in de kerk en bestelde in 1724 een hek voor de buitenplaats, beide bij Jacob Sydses Bruinsma (S. ten Hoeve in Vrije Fries 1976). In 1728 wordt zij nog vermeld in het stemkohier, terwijl Johannes Martens dan gebruiker is van de boerderij. In 1832 is het geheel eigendom van J.W.M. baron Collot d’Escury te Leiden. |
| Bewoners |
tot 1580 kloostergoed 1580 – 1644 Staten van Friesland 1698 Sioerd Tierckx Westerhuijs Dieuwke Westerhuis en Johannes Wielinga J.W.M. baron Collot d’Escury |
| Huidige doeleinden | Onbekend. |
| Opengesteld | |
| Foto's | |
| Bronnen |
Tekst: Herma M. van den Berg, De monumenten van geschiedenis en kunst, Noordelijk
Oostergo, Ferwerderadeel, 1981 hisgis |